nr. 116
dec 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Pensioenhervormingen in Oostenrijk - ondanks massaal verzet

Einde aan jaren van sociale rust

Op 31 Maart 2003 komt de Oostenrijkse, conservatieve regering Schüssel met een wetsvoorstel over de hervorming van het pensioenstelsel. De volgende dag al reageert de voorzitter van de vakcentrale ÖGB (Österreichischer Gewerkschaftsbund), Verzetnitsch. In niet mis te verstane bewoordingen wijst hij het voorstel af, constateert een vertrouwensbreuk en verwijt de regering een truc uit te halen om aan geld te komen.

De ÖGB komt met een tegenvoorstel, maar Bundeskanzler Schüssel ziet daar helemaal niets in en houdt vast aan de regeringsplannen. Daarop besluit de vakcentrale unaniem om acties en een politieke staking voor te bereiden. Eind april bindt Schüssel onder grote druk in en zegt wijzigingen toe waarover begin juni in het parlement een beslissing moet vallen.

De vakbonden spreken van 'cosmetische aanpassingen' en handhaven - opnieuw unaniem - het stakingsbesluit. Vanaf 6 mei vinden er duizenden ledenraadplegingen plaats, begeleid door acties en stakingen, waaraan ongeveer een half miljoen mensen meedoen. De regering wordt gewaarschuwd niet te denken dat haar plannen de steun van de meerderheid van de bevolking hebben. Mocht ze dat wel doen, dan staat haar wat te wachten. Op 13 mei demonstreren in Wenen meer dan 200.000 mensen tegen de pensioenvoorstellen van de regering. Dat het die dag noodweer is, deert niemand, want vakbondsleden zijn immers "wasserfest".

Herverdeling

Laten we aan een voorbeeld illustreren wat de regering van plan is.

Iemand met een gemiddeld inkomen wil na 35 jaar werken jaar met pensioen gaan. Onder het oude stelsel zou hij bruto 770 euro ontvangen, volgend jaar onder het nieuwe stelsel nog maar 662 euro. Een korting van ongeveer 14 procent. Op de korte termijn wil de regering bezuinigen, maar op de lange termijn is het doel de pensioenen tot een minimumuitkering te beperken.

In Oostenrijk zijn veel mensen afhankelijk van het staatspensioen. Onbekend is het aandeel van privé- of bedrijfspensioenen. Slechts een enkel bedrijf kent een pensioen. Sinds 1970 is de premiebijdrage van de staat teruggelopen van 31 naar 23 procent. Daarvan hebben boeren en beambten geprofiteerd, arbeiders zijn er op achteruitgegaan. In wezen gaat het om een herverdeling van geldstromen, maar natuurlijk wordt ook deze maatregel verkocht met de gestegen levensverwachtingen als argument. Arbeiders betalen meer voor slechtere sociale voorzieningen.

Vooral jongeren zijn de klos. Ten eerste betalen ze vanwege het omslagsysteem mee aan de pensioenen van vandaag. Ten tweede wordt van hen verwacht een behoorlijk deel van hun inkomen naar de grote verzekeringsmaatschappijen te brengen, als ze zelf tenminste een redelijk pensioen willen halen. De regering sluit echter de ogen voor het feit dat veel jongeren zich dat niet kunnen permitteren en bovendien, gezien de werkloosheid, onvoldoende premiejaren opbouwen om een maximaal pensioen te halen.

Campagne

De grote demonstratie en staking leiden tot onderhandelingen tussen de regering en sociale partners. Deze komen muurvast te zitten en president Klestil nodigt de partijen uit voor een ronde tafel gesprek. Daaraan gaat een centraal overleg vooraf tussen de ÖGB en regeringsafgevaardigden. Daar komt niets uit. Ook de ronde tafel gesprekken leveren niets op. In de publieke opinie wordt deze mislukking toegeschreven aan de starre houding van de regering.

Onversaagd gaan de bonden opnieuw over tot de voorbereiding van acties om met name de verdeelde regeringsfracties onder druk te zetten. Het resultaat is dat op 3 juni meer dan een miljoen Oostenrijkers de regering duidelijk maken dat werknemers en werkneemsters de hervormingen verwerpen. De regering gaat over op een andere tactiek. Aan de oorspronkelijke 700 pagina's wetswijziging worden meer dan 120 pagina's aanpassingen toegevoegd. Deze moeten binnen twee dagen door de oppositie behandeld worden, anders gaat de wet in zijn oorspronkelijke vorm door.

Zoals gebruikelijk in Oostenrijk worden tijdens de onderhandelingen de acties opgeschort. De bonden beginnen een grote protestcampagne. Via e-mail en persoonlijke contacten worden de parlementsleden bestookt. Tegelijkertijd wordt een offensief in gang gezet om de bevolking te informeren, niet alleen over de pensioenhervormingen, maar ook over andere verslechteringen.

Inmiddels kennen we de resultaten van al deze bondsactiviteiten. De plannen van de regering zijn aangenomen, maar 'op termijn' wordt de korting op het pensioen tot tien procent beperkt. Daarnaast wordt de pensioengerechtigde leeftijd stapsgewijs verhoogd van de huidige 61½ naar 65 jaar. We hebben slechts enkele verslechteringen kunnen tegenhouden. Maar de verhoudingen in Oostenrijk zijn op een gunstige manier veranderd. Na jaren van sociale rust hebben vakbondsleden weer geleerd in beweging te komen en hun collega's actief te betrekken in het vakbondswerk.

Gerhard Riess
(Bestuurder bij de vakbond ANG, Agrar, Nahrung und Genuss)