nr. 116
dec 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Redactioneel

Geïndividualiseerde bondsdemocratie

Alom werd de FNV geprezen voor haar gedurfde, maar ook gewaagde experiment met het referendum over het najaarsakkoord. Zelfs bondsvijandige types spraken van een waar staaltje van moderne en directe democratie, Hoewel niet altijd begrijpend, werd bewonderend gekeken naar de integere objectiviteit van federatiebestuurders die zelfs onder hoge mediadruk een stemadvies weigerden. Intern had dat meer moeite gekost. Managers schreven strakke brieven aan bondsbestuurders "om met onmiddellijke ingang alle activiteiten (...) te staken" die niet strookten met de gewenste neutrale houding. Ook werd verboden bondsfaciliteiten te verlenen aan kaderleden die hun collega's negatief wilden adviseren.

Er gebeurde wel meer bedenkelijks. Nadat een opiniepeiling aangaf dat de uitslag negatief zou kunnen uitpakken voor de onderhandelaars, kreeg een eventuele 'nee stem' een nieuwe betekenis. Leden moesten zich goed realiseren dat afwijzen gelijk stond aan actievoeren en dat het kabinet geen millimeter meer zou wijken. Alles was eruit gerammeld. Best een intimiderende boodschap als je die een keer of zeven, acht voor radio en tv hoort. Helemaal, na de eerdere moeizame acties en de nederige bekentenissen "dat we het verleerd zijn".

Wat 'integere objectiviteit'? In de kleurverblindende folder waaraan het stemstrookje vastzat, bleek een 'ja stem' groen met de duim omhoog en 'nee' rood met de duim omlaag. Over ondernemers geen woord, wel over het kabinet. Wie voor dat boosaardige rood koos en die afstotelijke duim naar beneden, moest wel weten dat hij of zij het kabinet steunde.

Nadat de uitslag van het referendum voor alle journaals sexy was gepresenteerd, bleef het vervolgens stil. Tussen neus en lippen door liet een nieuwe federatiebestuurder weten sociaal verzet achterhaald te vinden en geen liefhebber te zijn van "de softe aanpak. Mankeer je niks aan je handjes, dan gewoon aan de slag, geen gezeur. Ik houd niet van beroepswerklozen". Maar verder niks, de vakbeweging was weer uit beeld. Totdat duidelijk werd, dat het referendum veel meer was dan een manier van ledenraadpleging. Het blijkt bedoeld te zijn als een belangrijke uitbreiding van het middelenarsenaal van de consumentenvakbeweging. Of zoals een bestuurder van FNV Bondgenoten zei: "Ik wilde niet alleen de belangen van leden kennen, maar ook hun verlangens. We moeten niet denken dat we weten wat goed is voor de mensen, we moeten het hen vragen. Je wordt procesbegeleider in plaats van leider." (de Volkskrant, 19 november 2003) Los van het ouderwetse paternalisme in deze managementtaal, is dit de prediking van de moderne democratie. 'Zeg je wensen, niets is te gek, wij gaan kijken of we je kunnen helpen. Maar begrijp wel dat je één van de velen bent, dus veel is niet mogelijk.' Daarmee is ook de toch al niet zo sterke bondsdemocratie geïndividualiseerd.

Opmerkelijk is het protest van de loyale kaderleden. Ze voelen zich gepasseerd, maar uitten dat ook nogal betuttelend. "Als wij het soms al niet snappen, hoe moeten gewone leden dan de keuze maken?" Kennelijk is hun functie van brug en buffer naar de leden overbodig geworden en hun enigszins exclusieve positie in de besluitvorming hinderlijk. De behoefte van het federatiebestuur aan te mogen zitten aan de tafel van de macht, voorzien van de nodige manoeuvreerruimte, is waarschijnlijk zo groot dat het risico de kadersteun te verliezen aanvaardbaar is.

Redactie