nr. 116
dec 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Nog steeds te veel verborgen - Theun de Vries

Levende geschiedenis

Meer dan een meter Theun de Vries staat in mijn boekenkast en voor zijn handtekening in Het meisje met het rode haar stond ik 19 september 1981 in de rij bij boekhandel Pegasus in de Leidsestraat te Amsterdam. Zoals velen zal ik wel worden aangetrokken tot het historische, het sociale, het verhalende in zijn werk. Bovendien spreken zijn ideeën over sociale rechtvaardigheid, sociale inspiratie en bevrijding van de mens me aan. Op een zondagmiddag in de zomer van 2003 heb ik dan ook met veel plezier rondgewandeld op de tentoonstelling die in het Letterkundig Museum in Den Haag was gewijd aan de 96-jarige schrijver.

Geboren in Veenwouden is het Friese altijd blijven trekken in zijn sociale romans en gedichten. Verhuisd naar Apeldoorn, verliet Theun in 1925 het gymnasium na vier klassen, achttien jaar jong, met lage cijfers voor de exacte vakken. Maar hij wist precies wat hij wilde en wat hem wachtte: "Ik wilde schrijver worden, een loopbaan opbouwen, met vermijding van alle geijkte opleidingen en systemen. Overigens vermoedde ik wel dat het schrijverschap met al zijn glorie ten dele een trektocht door de woestijn betekende; ik had de levens van de grote literaire voorgangers met te veel aandacht bestudeerd om mijzelf aan de illusie over te leveren, dat belemmeringen en plagen mijn weg zouden mijden." De Vries blijft schrijven tot in de 21ste eeuw.

Uniek schrijver

In juni 1929 gaat De Vries aan de slag als assistent in de Openbare Leeszaal in Sneek. Wel met enige tegenzin: "Ik had eerst nog een stille hoop dat ik een betrekking in Het Gooi of zelfs Amsterdam zou kunnen krijgen, maar deze hoop werd al spoedig de bodem ingeslagen."

De Vries' eerste grote werk is de biografie over Rembrandt uit 1931. Een jaar later kreeg hij hiervoor de Meiprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In 1937 gaat hij in Amsterdam werken als redacteur van De Tribune, het dagblad van de Communistische Partij van Nederland (CPN). Eind jaren dertig komt hij uit met de cyclus over het geslacht Wiarda. Generaties middelbare scholieren zijn groot geworden met het eerste deel Stiefmoeder aarde. Dan is de basis gelegd van een gigantisch oeuvre: proza, poëzie, essays, journalistieke, persoonlijke en vertaalde bijdragen, reportages, hoorspelen, enzovoort.

In Voetsporen door de tijd. Portret van een kunstenaar (1984) tekent Hans van de Waardenburg uit gesprekken met De Vries op: "Diversiteit is een van mijn eigenschappen, die oorspronkelijk voortkomt uit mijn karakteronrust. Als klein kind was ik al onrustig van karakter en wilde ik ontdekken, zwerven en de wereld van alle kanten bekijken. Deze onrust heb ik altijd gehad en is mijn typische ondergrond. Ze drijft mij dàn weer tot poëzie, dàn weer tot studie of iets biografisch of een roman."

Theun de Vries heeft meer publicaties op zijn naam staan dan welke andere Nederlandse auteur van de afgelopen eeuw. Zijn boeken zijn vertaald in zestien Europese talen. Hij wordt in brede kring gelezen en heeft een gevestigde en gerespecteerde naam in arbeiderskringen. Zijn langdurig lidmaatschap van de CPN (1936-1971) gaf hem een ontvankelijk lezerspubliek voor zijn romans. Vooral die over het verzet in de Tweede Wereldoorlog, zoals de trilogie over de Februaristaking van 1941 en het (verfilmde) boek over de verzetsstrijdster Hannie Schaft, het meisje met het rode haar. Zijn politieke achtergrond, maar ook zijn unieke plaats in de Nederlandse literatuur, heeft hem tot een wat een geïsoleerde schrijver gemaakt. Dat is in ieder geval het beeld dat oprijst uit interviews die in de loop der jaren met De Vries zijn gehouden.

Ongelooflijke kennis

Na de oorlog begint De Vries met Een spook waart door Europa, het eerste deel van de trilogie 1848. De eerste zin: "Karl Marx werd wakker." Simon Vestdijk is er laaiend enthousiast over. "Wat Theun de Vries van het midden van de negentiende eeuw afweet, de politieke gang van zaken, de culturele achtergrond, de sociale verhoudingen, het milieu, de kleding, de dagelijkse gebruiken, moet ontstellend zijn."

"Op de veertiende dag van de joodse maand Nizan, dat is op zeven april volgens onze tijdrekening, werd in het jaar 30, mogelijk 33, door de Romeinse overheden van het onderworpen Palestina een misdadiger gekruisigd. Het was een zekere Jezus, volgens het ons overgeleverde verhaal afkomstig uit Nazareth, zoon van een timmerman en zelf in zijn jeugd een handwerker." De eerste regels uit Ketters. Veertien eeuwen ketterij, volksbeweging en kettergericht (1982). Deze studie getuigt van een ongelooflijke kennis en eruditie en drijft de lezer voort. Het boek eindigt op bladzijde 649 met "het individuele drama van honderdduizenden, hun emoties, hun reikhalzen en hun inzet. Men blijft zich immers bewust van het feit dat achter elke sekte, elke volksbeweging een leger van enkelingen staat, die men niet meer kan bereiken. Zij hebben hun energie uitgestort om de rivieren van de historie te doen stromen en in hun loop te versnellen. Wij zien de stroom en hebben deel aan zijn verhevigingen in het heden; wij groeten en herkennen de makers van onze voorgeschiedenis in verwantschap alleen over een afstand van jaren". Hij kreeg er de Henriette Roland Holstprijs voor.

Verfilming Februari

Bij de tentoonstelling in Den Haag is een schrijversprentenboek uitgegeven: Vervolg je weg en laat de lui maar dazen! Allerlei auteurs hebben een bijdrage geleverd. We krijgen een uitvoerig, helder en boeiend beeld voorgeschoteld over werk en leven van Theun de Vries. Voor het grote publiek is hij een schrijver van historische en epische werken, maar in dit biografische overzicht komen we ook veel te weten over zijn dichtkunst en de door hem geschreven kunstenaarsromans, muziekromans en politieke biografieën. Overigens óók historisch van karakter; neem het briljante Het motet voor de Kardinaal (1960), door velen beschouwd als zijn beste boek. Daarin wordt het leven geschetst van Lupus, een musicus uit de Lage Landen die in het Rome van eind vijftiende eeuw in verzet komt tegen de wereldse corruptie van de Borgia's. Peter Swanborn prijst het uitvoerig in het schrijversprentenboek. Hella S. Haasse was in 1960 eveneens lovend: "Theun de Vries schildert herhaaldelijk virtuoos en met grote kennis van zaken landschap en sfeer van Renaissance - Rome en - Florence of van laat-middeleeuws Nederland en Lotharingen. (...) Vaak is de wereld die Theun de Vries oproept bedrieglijk echt: inderdaad, zo zou het geweest kunnen zijn."

Naast Rembrandt moeten we drie andere grote kunstenaarsromans noemen, over Vincent van Gogh, Jeronimus Bosch en Torrentius. Mooi en ontroerend vind ik ook Meester en minnaar (1972), waarin de vrouwen uit Rembrandts leven en zijn zoon Titus over Rembrandt aan het woord zijn.

In een apart hoofdstuk recenseert Elsbeth Etty de roman Februari. In deze trilogie komt elke dag van de maand februari 1941 aan bod, met als dramatisch hoogtepunt de avond op de Noordermarkt in Amsterdam voor de staking van 25 februari. Zij is van mening dat Februari literaire tekortkomingen heeft, maar hoopt wel op een verfilming van het boek dat voor haar zowel nationaal als internationaal een veel breder lezerspubliek verdient dan het tot nu toe heeft gekend.

Liefdesverklaring

Over De Vries' lidmaatschap van de CPN is het een en ander geschreven. Aan het communisme heeft De Vries inspiratie ontleend, maar het heeft hem ook achtervolgd. Murien Steegstra haalt in het inleidend hoofdstuk van het Schrijversprentenboek het weekblad De Tijd van 6 januari 1989 aan, waarin De Vries een recensie schreef van het boek Kinderen van de Arbat van Anatoli Rybakov met de titel: De monsterleugen - Stalin, een beest van een vader. "Ook zij die de falsificaties van en rondom Stalin overnamen en propageerden, zelfs al geloofden zij er tijdelijk in of al dwongen zij zichzelf er in te geloven, dragen schuld. Ik mag hier verklaren dat ik mijzelf tot degenen reken die in de leugen hebben geloofd, die uit misplaatste loyaliteit en falende waakzaamheid op Stalin hebben vertrouwd. Zij hebben zich gecompromitteerd, maar zich ook na de aanvankelijke frustraties bevrijd gevoeld, zodra zij zich - onder meer na de onthullingen over Stalin door Chroesjtsjow - konden losmaken uit de stalinistische mythe."

Een openhartige uitlating, waarbij we wel de maatschappelijke en psychologische context missen die een verklaring kan geven voor de zo sterke identificatie met Stalin. Die context is de jaren dertig met de opkomst van Hitler in Duitsland, de rol van de Sovjet-Unie en het Rode Leger tijdens de Tweede Wereldoorlog en later de Koude Oorlog die mensen in twee vijandige kampen drong, waarbij de communisten zich begrijpelijkerwijze sterk verbonden voelden met het antifascistische verzet van vóór en tijdens de oorlog en de door de nazi's ter door gebrachte vrienden en partijgenoten. In 1963 vertaalde Theun de Vries Alexander Solzjenitsins Het verhaal van een dag. Uit het leven van Iwan Denisowitsj. Deze roman uit het leven van een politieke gevangene in een kamp in de bittere kou van Siberië moet een verpletterende indruk op de vertaler hebben gemaakt.

We eindigen met een typerende passage over en van Theun de Vries uit Bzzlletin van oktober 1989: "Mijn hele werk is een grote liefdesverklaring aan Moeder Aarde, aan het leven, aan de mensen, aan de mensheid. Het klinkt allemaal een beetje overdreven, of heel romantisch, maar dat is het toch eigenlijk. Het is een aanhoudende liefdesverklaring aan ieder tijdperk en aan al die mensen die ik daarin beschreven heb (...). Het is een illusie misschien, maar ik heb dan toch wel het gevoel, dat ik op deze manier deel heb gehad aan een bepaalde tijd en aan een bepaald soort mensen".

Harry Peer

In 1963 kreeg Theun de Vries de P.C. Hooftprijs. De universiteit van Groningen huldigde hem als geschiedschrijver met een eredoctoraat (1979). In 1987 ontving hij de Verzetsprijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945. Vorig jaar eerde burgemeester Cohen hem met de eremedaille van de stad Amsterdam.

Het Dorp

Soms keer ik terug en ga als in een droom langs
de slingerpaden der kerk;
de mannen en vrouwen van mijn geslacht
rusten onder hun grauwe zerk.

De zwarte ernstige velden dragen den
eersten oogst.
Een reuk van rauwe vruchten waait. Het
voorjaar is op zijn hoogst.

Het gras geurt krachtig en pasgemaaid als
toen hier het leven begon;
en achter breede hoeven staat nog een
groote verblindende zon.

Maar o God - de steden, de nachten, en alles
wat sinds is geschied:
ik ben een ander geworden; de eenvoudigen
groeten mij niet.

Ik ga de korte grijze straat van 't verleden op
en neer.
Maar levenden en dooden erkennen mij niet
meer.

Theun de Vries, uit: Westersche nachten, Utrecht 1930.