nr. 118
april 2004

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

Hoofdkappen

Ik kan tegenwoordig niet gewoon op straat lopen of ik maak ruzie. Als excuus voor die haat jegens mijn medemensen kan ik hoogstens de buurt de schuld geven. Want daar wordt namelijk de nieuwe metrolijn uit de grond gestampt.
Nou, gestampt is iets te optimistisch, met het karwei gaat zeker zes jaar henen.
Er staan aan mijn overkantje dus enorme machines in een bouwput. En die aanwezigheid van zoveel vernuft bij elkaar, drukt op ons bewoners het stempel dat de mens in wezen maar een nietig wezen is.
Hoge kranen reiken haast tot de hemel voor een gelovig mens en voor de ongelovigen tot een grauwe wolkenlucht.

Dan zijn er nog de rijen enorme cementfabrieken die allemaal Franky heten. Ze draaien traag, maar maken lawaai waarbij artillerievuur op een slagveld in het niet zinkt. Zou dat geen gevolgen hebben voor ons gedrag?
En of die misère niet genoeg is, wordt er 's avonds nog eens heisa gemaakt en gedebatteerd door vriend en vijand, 'male and female', over het dragen van hoofddoeken!
Niet in de bouwputten maar wel op de TV.

Nogal wat mannelijke individuen heb ik horen beweren dat het aantal meisjes dat een hoofddoek draagt met de dag toeneemt. Ze noemen dat dan een "bedenkelijke ontwikkeling" en daar kan Truus moslima het weer mee doen.
Want er wordt bij gezegd dat de moslima's 'tegenwoordig' hoofddoeken dragen op bevel van hogerhand. En dan worden met de hogere machten deze keer NIET de Eerste en Tweede Kamer bedoeld, noch de Raad van State, of het voor de hand liggende Persil Team van de VVD. Het vingertje wordt geheven naar de anders gelovige dominees en kapelaans, dus de imams.
Ondanks dat ben ik niet ongerust. De hype zal wel weer voorbij razen. Alles zal uiteindelijk wel weer in orde komen. Als de wind maar gaat liggen en de zon behoorlijk opkomt.
Het optimisme daarover baseer ik op de realiteit van het leven.
Wij hadden vroeger toch ook meisjes die als ze non werden het hoofd maar hadden te bedekken? Op straffe van uitstoting moesten ze zich tooien met zwarte kappen. Er mocht geen lokje uitsteken. De nonnen in kloosters, in ziekenhuizen, in het onderwijs, ze droegen dat zwarts gelaten.

Tot de Zusters van Liefde vanuit hun missiepost wat overgebleven spiegeltjes naar de Zusters van Liefde in het vaderland stuurden. Die konden daarmee zelf zien hoe ze eruit zagen met die zwarte huifkarren op hun hoofd. En begrepen ineens dat kleine kinderen daar bang van werden.
Nou, we weten wat er vervolgens gebeurde. De roomse meiden deden de kappen af en gingen gewoon trouwen. Met een man of met een vrouw. Hoewel de paus dat verboden had voor beide soorten. En af en toe droegen ze nog een kapje, zo'n dingetje van doorzichtig plastiek, zoals alle burgermeisjes deden.
Maar ... alleen als het regende!

Stekeltje