nr. 118
april 2004

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Over 'de toestand' - de Nederlandse vakbeweging internationaal gezien

Niet dramatisch verslechterd, ook niet verbeterd

"Over een mogelijke radicalisering van de - internationale - vakbeweging ben ik niet optimistisch. In ieder geval niet op de korte termijn. Om te beginnen zou de hele organisatiestructuur van de bonden en de centrales op de helling moeten. De globalisering van de economie dwingt daartoe. Een internationale coördinatie van activiteiten is nodig, bijvoorbeeld per sector één internationale bond. Dat zal onder meer betekenen dat de macht van de landelijke centrales vermindert. In de tweede plaats dient de invloed van onderop, dus van de leden, aanzienlijk vergroot te worden. Veranderingen die meer zijn dan aanpassingen van de structuren zullen daar vandaan komen. Nu kennen we internationale stakingen vooral als solidariteitsbeweging, maar ze zullen een wapen in de directe belangenbehartiging moeten worden."

Aan het woord is Marcel van der Linden, directeur onderzoek bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en bijzonder hoogleraar 'geschiedenis sociale bewegingen'. Het gesprek gaat over de vraag of 'de toestand' van de Nederlandse vakbeweging internationaal gezien afwijkend is, wat het eventuele bijzondere dan is en of een wending in een strijdbare richting tot de mogelijkheden behoort.

Halve waarheid

"Waarin de Nederlandse arbeidersbeweging van andere landen afwijkt, is dat de gematigde vleugel een afsplitsing is van een revolutionaire of radicale organisatie. Dat geldt voor de SDAP waarmee de gematigden zich afscheidden van de Sociaal-Democratische Bond en voor het NVV dat opgericht werd als een reactie op het al bestaande NAS. Het NVV noemde zich 'modern', maar was dus gematigd.

Uit dat gegeven ontstaat een sterke neiging zich scherper dan in veel andere landen af te grenzen van de radicalen. En bij het NVV gebeurt dat vanaf het begin met een centralistische organisatie die op allerlei manieren in overleggen betrokken raakt."

Bij het NVV zagen ze dat als een erkenning en zelfs als een teken van kracht.

De Nederlandse arbeidersbeweging is internationaal afwijkend, doordat de gematigde vleugel zich afsplitste van een revolutionaire vleugel.

"Je kan het ook omkeren. Juist, omdat de Nederlandse vakbeweging zwak was, vonden overheid en ondernemers een situatie van overleg interessant. Zwak in de zin van een betrekkelijk lage organisatiegraad en een geringe invloed van leden. Het NVV en later de FNV namen een tussenpositie in. Niet buitengewoon zwak, dus te verwaarlozen, en niet zeer sterk, dus te bestrijden."

Er was dus een belang aan twee kanten. Erkenning aan de ene en integratie aan de andere kant.

"Het 'weg met de vakbeweging' dat af en toe bij werkgevers opduikt, zal het niet winnen. Want dan zou dat hele systeem van contact, advies, overleg en afstemming ondergraven worden en uiteindelijk wegvallen. Met als gevolg dat onvoorspelbare krachten los kunnen komen. Voor de gevestigde orde is een ongeorganiseerd protest veel gevaarlijker dan een georganiseerd. Organiseren heeft altijd een tweeslachtigheid. Als gezegd wordt 'we moeten ons organiseren' - niet alleen om bijvoorbeeld acties te coördineren, maar ook met permanente structuren, eigen financiën enzovoort - daagt direct de inkapseling. Autoriteiten willen graag dat mensen zich organiseren, dat is overzichtelijk en regelbaar. Daar ligt dan ook altijd de spanning. Organiseren is de halve waarheid, de andere helft bestaat uit democratie en strijd."

Boze buitenwereld

Hoe uitzonderlijk was een radicale vakorganisatie als het NAS, en later de EVC, naast de gematigde hoofdstroom?

In een sterk geïnternationaliseerde economie trekken overheid en vakbeweging gezamenlijk op tegen de boze buitenwereld.

"Een syndicalistische organisatie als het NAS was heel gewoon en bestaat bijvoorbeeld in Frankrijk, Spanje en Zweden nog steeds. Ze zijn markant en behalve in revolutionaire tijden kleiner dan de gematigden. Bij mijn weten zijn er internationaal geen parallellen van de EVC, wel kwamen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog en kort daarna in veel landen eenheidsorganisaties op. In Nederland duurde dat kort en werd de EVC de vierde vakcentrale. Als reflex op de EVC heeft het NVV langjarige matiging bepleit, omdat het steeds wilde laten zien niet zo gevaarlijk te zijn als de radicalen. De kritische opleving in de jaren zeventig in de sociaal-democratische hoofdstroom werd mede mogelijk, doordat ter linkerzijde niets meer bestond om tegen af te grenzen. De oppositie vond binnen de bestaande bonden plaats, zonder dat de klassieke centralistische structuren wezenlijk aangetast werden."

Daarna in de jaren tachtig doofde die oppositie langzaam uit en dringt de globalisering zich aan de vakbeweging op. Hoe gevoelig is de FNV daarvoor??

"Het lijkt er een beetje op dat de kop in het zand wordt gestoken. Zeker als je dat vergelijkt met andere West-Europese landen en helemaal met de Verenigde Staten waar aan de acties in Seattle echt meegedaan werd. De Nederlandse vakbeweging is zo hardnekkig in haar autocratie dat zelfs als de regering zonder overleg tot besluiten wil komen, aangedrongen wordt op herstel van dat overleg. Het heeft waarschijnlijk ook te maken met de kleine economie van Nederland die bovendien sterk van de export afhankelijk is. Uit een onderzoek, waarin een aantal kleine Europese landen vergeleken werd, kwam bijvoorbeeld dat bij een sterke internationalisering de greep van de overheid op de economie relatief gering is. Als reactie daarop trokken overheid en vakbeweging naar elkaar toe en stelden ze zich gezamenlijk op tegenover de boze buitenwereld. En nu de overheid zich ook nog eens terugtrekt en beslissingen naar Brussel verhuizen, levert een geïntegreerde vakbeweging minder op."

Slepend probleem

Is er nog een uitweg uit deze crisis, zijn nieuwe initiatieven van buiten de bestaande vakbonden een begin van een oplossing?

"De beoordeling 'crisis' deel ik niet. Ze verwijst naar een acute, precaire situatie, de vakbeweging in de intensive care. De kwaal lijkt me chronisch, een al jaren slepend probleem dat niettemin ernstig is. De vervreemding van de organisatie - het instituut - van de leden is nu niet erger dan bijvoorbeeld veertig jaar geleden. De situatie is niet dramatisch verslechterd, maar laat ook geen verbetering zien. Gesproken kan worden van een structuurkenmerk, een onvermogen om van de problemen te leren.

Maar mijn conclusie is niet 'dan maar organiseren buiten de bonden'. Dat het blad Solidariteit stopt, betreur ik dan ook zeer. Ik begrijp het wel. Enerzijds was Solidariteit een belangrijk middel om van binnenuit de vakbeweging te veranderen. Anderzijds drukten jullie uit dat er weinig mogelijkheden zijn. Alles bij elkaar hadden jullie het niet veel beter kunnen doen dan gedaan is."

Voor een aantal van ons speelt een belangrijke rol dat waar in Nederland sprake is van sociaal protest de vakbeweging er buiten staat.

"Inderdaad lijkt de systeemveranderende kracht wel verloren te zijn gegaan. Het is dan ook niet te verwachten dat bij een eventuele, grote sociale onvrede de huidige vakbeweging een sturende, kanaliserende rol zal spelen. Tegelijkertijd is behartiging van economische en sociale belangen nog belangrijker dan in eerdere perioden. Juist door de vrijheid van de markt en de globalisering. Nationale en via de nationale overheid lopende oplossingen zijn er niet meer. Vakbonden zijn nodig, maar dan wel anders georganiseerd. Internationalistisch en democratisch. Niet alleen in Europa, maar wereldwijd. De internationale beroepssecretariaten zijn daarvoor een goed vertrekpunt."

Hans Boot

Global Solidarity