nr. 119
juni 2004

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

Weg met het stadion

De enige smet op mijn dagelijkse doen en laten zijn mijn hinderlijke gedachten over de alom heersende in en in fatsoenlijke normen en waarden. Zo zit ik al weken lang te worstelen met de vraag of ik ooit nog de kans krijg een ambtenaar in functie een klap te geven.
Ik geef toe, het zijn de lelijke momenten in mijn gedachtewereld. Maar voor alles is een reden.

Soms probeer ik mezelf te genezen van haatgevoelens. Dan neurie ik "Diep in m'n hart, kan ik niet boos zijn op jou, hou ik toch eeuwig van jou, diep in m'n hart ..." en daarbij dwing ik mezelf te denken aan mijn natuurlijke vijanden. Wie dat zijn, zullen we nu maar in het midden laten.

Ik voorzie trouwens moeilijke tijden in de toekomst.
Als alle vreemdelingen weggezonden zijn als Eliza op de IJsschots en we als volk en natie wat agressie betreft, alleen zijn met onszelf, dan houd ik dat zelfde hart vast.
Neem nou zo'n knokpartij na een voetbalwedstrijd, waar het geweld in de benen blijft zitten. En dat is het grote verschil met deze tijd van hoge beschaving en die van de Neanderthalers van toen. Die knokten niet om balbezit, maar om iets substantieels als een gevangen beer waar de hele gemeenschap van moest eten.

Mensen in mijn nabijheid pruttelen dan: "Ja, alles goed en wel, maar je moet begrip opbrengen voor de winnaar." Dat noem ik ouwerwets gelul. Dat stamt uit de tijd van ver voor de nu gehanteerde edele normen en waarden. Toen we als bewoners van de eigen 'tribe' nog onbewerkt, dus onbeschaafd waren en nog niet over een eigen tramabonnement beschikten.
Hoe kan je in godsnaam als normaal denkend mens beredeneren waarom er klappen vallen? Nota bene tussen twee ploegen waarvan er EENTJE eerlijk gewonnen heeft. Met drie tegen nul, geloof ik. Nou, ik kan daar geen begrip voor opbrengen.
En daarom ben ik tegen uitzetting van elders geboren en hier getogen medelanders. Daaronder zijn namelijk heel goeie voetballers. En die zouden wat meer de hun aangeboren beschaving op het veld neer kunnen zetten.
En er moet mijns inziens ook meer gevoetbald worden. Met meer uitwedstrijden! Eigenlijk ben ik voor alleen uitwedstrijden.
Niks geen gedoe in eigen stadionnetjes. Bezit roept nu eenmaal agressie op. Omdat bezit verdedigd moet worden. Dat zit blijkbaar in de genen van de westerse mens. Bij ons heeft daar de Indische Compagnie het nodige aan bijgedragen.
Dus... gewoon lekker spelen om de eer en de beker. Zodat duidelijk wordt dat zo'n wedstrijd geen bloedige oorlog is, waarin voetballers zich opstellen als frontsoldaten. Die de wijze raad van hun moeder bij het afscheid "en lief zijn hoor, straks op het veld" na de saaie busrit niet vergeten zijn. Een beetje coach zou op die universele vredesgedachte moeten inspelen. Laat zo'n op Papendal afgestudeerde kwibus maar witte vlaggetjes uitdelen bij aankomst. Zodat duidelijk wordt waarom het gaat. Niet om de knikkers maar om het spel.

Stekeltje

En Heerenveen mag blijven!