nr. 3
nov 1983

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Redaktioneel

BOOS op KOOS en van Veen ga heen!

'En nu even strijdbaar en massaal tegen de krisispolitiek van de regering Lubbers' dachten wij met waarschijnlijk velen op die 29ste oktober in Den Haag. De aanklacht van minstens een half miljoen mensen tegen de vernietigingsplannen van Lubbers en zijn bondgenoten was hartverwarmend en indrukwekkend. Ze werd uitgesproken in een periode van groeiend (vakbonds)verzet tegen diezelfde regering. Door de FNV is in de leuze 'Geen bommen maar banen' een direkt verband gelegd tussen het (kern)bewapenings- en het bezuinigingsoffensief van de regeringsvrienden van de ondernemers. De vraag is nu of het NEE tegen de verscherpt doorzettende bezuinigingen even ondubbelzinnig zal zijn als het NEE tegen de kruisraketten.

Als we dit redaktioneel schrijven - 6 november - staan we aan de vooravond van de vierde aktieweek van ambtenaren, trendvolgers en uitkeringsgerechtigden. De aktievormen zijn zeer veelzijdig geweest. Stiptheids- en modelakties, omsingelingen van het Binnenhof, verkeersblokkades, vergaderingen en demonstraties in werktijd, werkonderbrekingen, 24- en 48-uursstakingen enzovoorts. De initiatieven zijn spontaan door de leden genomen tegen het draaiboek van de vakbondsleiding in en ruim voor het zinloze overleg tussen Rietkerk en de bonden van 2 november. Grote stakingen staan voor de deur. Ambtenaren, trendvolgers en uitkeringsgerechtigden lijken hun akties uit te bouwen naar een finale botsing met de Rietkerk-ronde van 3,5 of 3% inkomenskorting.

Wordt de strijd verbreed?

Het beeld over de gehele vakbeweging gezien, is verdeeld. Met name de Industriebonden houden zich erbuiten. Een uitspraakvan Jaap van de Scheur in de NRC van 26 oktober j.l. belooft veel: 'Acties, die erop zijn gericht het kabinet met al haar opvattingen weg te staken.' Maar Wim Kok zwabbert van het strijdbare 'Wie niet horen wil moet voelen' naar het verzoeningsgezinde '... de vakbeweging is bereid tot hernieuwd overleg met het kabinet ... en sluit kompromissen van haar kant niet uit' (de Volkskrant van 22 oktober j.l.). We weten dat de vakbondsstrijd uiteindelijk niet bepaald wordt door opvattingen van vakbondsleiders, maar ze geven door hun onmiskenbare invloed wel het spanningsveld aan waarbinnen de lopende en komende akties zich afspelen. Te meer daar de bedoelde kompromissen heel konkreet vervat liggen in het FNV-urgentieprogramma met onder meer een inkomensoffer voor allen die van een loon of uitkering afhankelijk zijn (zie voor een beschouwing over dit programma het thema van dit nummer).
Aan de ene kant zien we dus de vele, zelfstandige aktie-initiatieven aan de basis van de bonden in de overheidssektor, toegespitst op 'geen cent meer inleveren dan we tot nu toe al gedaan hebben'. En aan de andere kant het FNV-urgentieprogramma dat geen strijdalternatief is, maar een bezuinigingsalternatief en dat inzet dreigt te worden van de akties.
Wel of niet doorbreken van deze tegenstelling en wel of niet verbreden van de strijd van de 'overheidsbonden' naar een algemene konfrontatie met de regering Lubbers, dat zijn de kwesties die de vakbondsstrijd de komende tijd zullen bepalen.

Foto
foto: Joop Blom. Kruisraketten Nee, 29 oktober 1983

Van Veen eindelijk tevreden

De reakties van onze tegenstanders op de miljoenennota zeggen genoeg. CDA: 'moedig beleid', VVD: 'historisch keerpunt', Van Veen: 'We hebben het gevoel dat we op de goede weg zitten'. Van Veen heeft gelijk. De ondernemers krijgen in 1984 twee miljard extra steun, onder andere door:

  • een verlaging van de werkgeversbijdrage aan de sociale verzekeringen. Deze bijdrage is in wezen een deel van het loon dat niet aan de arbeid(st)ers wordt uitbetaald. Op deze manier wordt 0,4 miljard naar de ondernemers doorgeschoven.

  • een vermindering van de vennootschap van 48 naar 43% (in 1985: 40%). Een premie dus voor de winstmakende bedrijven, zoals multinationale ondernemingen, banken en verzekeringsmaatschappijen. De meeste daarvan zagen in 1982 hun winsten stijgen, gemiddeid 12%. De werkgelegenheid daalde er met 5,5%; landelijk was dit lager: 2,5%. De winststijging zette zich in de eerste helft van 1983 door (zie tabel). Met andere woorden: de vermindering van de vennootschapsbelasting is niet alleen een premie op de winst, maar ook op de arbeidsuitstoot en loonsverlaging.

Stijging van de netto winst in het eerste halfjaar van 1983
ten opzichte van het eerste halfjaar van 1982
Shell 39% AMEV 9%
Akzo 104% Nationale Nederl. 40%
KLM 24% Gist Brocades 25%
ABN 22% Nutricia 21%
AMRO 23% Kluwer 63%
NMB 10% VNU 35%
(ontleend aan Piet de Vrije, de Waarheid, 10 september 1983)

Een derde kadootje voor de ondernemers zit in de sinds 1980 elk jaar met drie miljard gulden stijgende rentebetalingen over de staatsschuld. In 1983: 15 miljard, in 1984: bijna 18 miljard. Een groot deel daarvan komt bij de ondernemers terecht, met name bij de banken en verzekeringsmaatschappijen.

Rampenplan

Voor de arbeidersklasse is de miljoenennota een rampenplan, waarbij de bezuinigingen van voorgaande jaren verbleken. Onder invloed van de akties lijken de cijfers iets te verschuiven, de principes niet. Het gaat in de eerste plaats om een verscherpte aanval op de koopkracht van loon- en uitkeringsafhankelijken. Bovenop de koopkrachtdaling van de ambtenaren, trendvolgers en uitkeringsgerechtigden van ongeveer 10% sinds 1978, zal daar in 1986 nog eens 11% bijkomen. Voor de één miljoen mensen die boven de laatste uitkeringen zitten, zal dat nog meer zijn: 15,5%.
In de partikuliere sektor leveren de minimumloners per 1 januari a.s. 6,5% in, de overigen waarschijnlijk 'slechts' hun prijskompensatie.
In de tweede plaats worden de sociale verworvenheden verder uitgehold, bijvoorbeeld aantasting gezondheids- en bejaardenzorg, onderwijs, welzijns- en kulturele voorzieningen.
Verder wordt onder andere het streven van vrouwen naar een zelfstandig inkomen geblokkeerd. Enerzijds door de afbraak van werkgelegenheid in de kollektieve sektor, waar traditioneel veel vrouwen werken. Anderzijds door belastingvoorstellen voor de zogenaamde tweeverdieners en verlaging van de bijstandsnormen voor mensen die met anderen samenwonen.

Het gat van het Gouden Kalf

In de miljoenennota lijkt alles te draaien om het terugdringen van het financieringstekort. Als we de heren ministers en ekonomen moeten geloven, zijn we alleen zó nog maar te redden. Deze aanbidding van het gat van het gouden kalf gaat zo ver dat Wim Kok zich in de toelichting op het bezuinigingsalternatief van de FNV - het urgentieprogramma - lijkt te schamen dat daarin het financieringstekort tijdelijk oploopt (zie ook het thema van dit nummer).
De betekenis van het financieringstekort komt neer op het jaarlijkse bedrag waarmee de staatsschulden stijgen. Staatsschulden zijn onder kapitalistische verhoudingen niks bijzonders - de staat heeft onvoldoende inkomsten om de uitgaven te dekken. Kenmerkend voor het kapitalisme van na de tweede wereldoorlog is het stijgen van de staatsuitgaven - toenemende bemoeienis van de staat met de ekonomie en het totale maatschappelijk reilen en zeilen. Deze stijging wordt vooral in perioden van krisis versneld. Parallel daaraan springen de staatsschulden omhoog en dus ook het financieringstekort.
Eén van de redenen om dit tekort nu tot elke prijs terug te dringen is dat zo de koppelingsmechanismen verbroken kunnen worden. Deze koppelingen - bijvoorbeeld prijsindex, trendbeleid. uitkeringen verbonden aan het nivo van de reële lonen - zijn een verworvenheid van de arbeidersklasse, die vooral in de jaren zestig tot stand is gebracht. Ze beperken echter de mogelijkheden voor de staat om in de inkomens in te grijpen en om de eigen uitgaven te beheersen. Gegeven het feit dat op dit moment de staatsuitgaven voor meer dan de helft besteed worden aan uitkeringsvoorzieningen, wordt het zonneklaar dat vernietiging van de koppelingsmechanismen de staatsuitgaven en daarmee het financieringstekort doet verminderen.
Door het financieringstekort ais een noodlot voor te stellen en er een flinke stampij over te maken, kunnen de inkomens gekort worden en de uitkeringsgerechtigden vogelvrij verklaard. En dit gebeurt dan door een regering die een beroep doet op de solidariteit tussen werkenden en uitkeringsgerechtigden. Onvoldoende weerstand van de FNV-leiding tegen deze misleiding wordt door de regering Lubbers in dank afgenomen.

Allemaal en één voor één

Dat de regering Lubbers het slecht met ons voor heeft, staat buiten kijf. De aanval op inkomens, verworvenheden en werkgelegenheid is in volle gang. Maar er is meer aan de hand. De strategie van de aanval is ontleend aan het handboek van de oorlog: verdelen, uitputten en dan definitief toeslaan.
Vorig jaar werd te midden van de algemene bezuinigingen en de bevriezing van de inkomens van ambtenaren, trendvolgers en uitkeringsgerechtigden het vizier gericht op de onderwijsgevenden (1,85% extra inleveren) en de jongeren (aantasting uitkeringsrechten werkloze jongeren). Tegelijkertijd raakten vrijwel alle loon- en uitkeringsafhankelijken hun prijskompensatie kwijt. Strategie: door iedereen een stevige tik uit te delen, wordt het mogelijk bepaalde groepen extra hard te slaan. Mooi mee genomen was dat door het sluiten van (meerjarige) CAO-kontrakten onder andere de Industriebonden aan handen en voeten gebonden werden. Een van de gevolgen daarvan is dat het er bij de huidige verdergaande aanval op de inkomens van ambtenaren, trendvolgers en uitkeringsgerechtigden op lijkt dat de arbeid(st)ers in het bedrijfsleven gespaard worden. Dat is inderdaad maar schijn.
Ook zij worden rechtstreeks getroffen door de algemene verhoging van de kosten van het levensonderhoud en de afbraak van de sociale verworvenheden. Ook hun belangen worden aangetast door de rigoreuze vermindering van de uitkeringen.
Vandaag ik, morgen jij. Alleen al door de maatregelen van het kabinet zal in 1984 het aantal geregistreerde werklozen met 45.000 toenemen, waarvan 35.000 in het bedrijfsleven (onder andere door de dalende bestedingen en investeringen van de overheid en de koopkrachtdaling). Ook hun minimumloners worden zwaar gepakt: 6,5%.
Strategie van de regering: de aanval richten op groepen loon- en uitkeringsafhankelijken en proberen het offensief over de hele linie te kamoefleren.

Cartoon Opland: Rietkerk zet als patholoog-anatoom het mes in de ambtenaar

Van bevoorrechting geen sprake

Deze strategie lijkt te werken. In de eerste plaats omdat de regering niet alleen maar toekijkt bij de uitwerking van haar verdeelstrategie, maar gretig olie op het vuur gooit. Bijvoorbeeld door de misleidende praatjes van Rietkerk waarin hij het heeft over de bevoorrechte positie van ambtenaren en trendvolgers ten opzichte van hun kollega's in de partikuliere sektor.
Misleidend, omdat als die bevoorrechting op waarheid zou berusten dit geen argument is om de inkomens van ambtenaren en trendvolgers te verlagen. Van Rietkerk hebben we immers nooit gehoord dat deze eventuele ongelijkheid reden zou zijn om de lonen in het bedrijfsleven te verhogen.
Maar van bevoorrechting is geen sprake. Het CBS konkludeert in een rapport: '... dat de ambtenaren thans gemiddeld, herwogen naar leeftijd, opleidingsniveau en geslacht, een netto-inkomen hebben dat niet noemenswaard afwijkt van dat van werknemers in bedrijven'.
'Thans'; als de plannen van de regering doorgaan dan komen de ambtenaren er slechter voor te staan.
'Gemiddeld'; onder de ambtenaren, en dat zijn ook en vooral buschauffeurs, vuilnisophalers, schoonmaaksters, meteropnemers en stratenmakers, zijn er velen die onder modaal blijven (ongeveer 1800 gulden schoon).
'Geslacht'; veel vrouwen zitten in de onderste verdieping van het loongebouw.
Bij deze 'gelijkberechtiging' dient aangetekend te worden dat juist de betrekkelijk gunstige wachtgeld- en pensioenregelingen ook doelwit zijn van Rietkerks bezuinigingsdrift. Overigens houdt de zogenaamde welvaartsvastheid van de pensioenen de laatste jaren in dat ze zijn achtergebleven bij de prijzen, dus reëel gedaald zijn en achterliggen op de andere pensioenen (waardevast of via rente uit beleggingen).

stijging van de pensioenen
welvaartvastwaardevastuit rente
19793,6%4,2%4,1%
19802,0%6,5%4,4%
19812,8%6,7%4,7%

Tot slot een opmerking over de trend. Daarmee wordt de loonontwikkeling van een groot aantal CAO's gevolgd. De laatste jaren is daarop zo gekort dat volgens het CBS het gemiddelde loon in de kollektieve sektor sinds 1979 meer dan 10% is achtergebleven bij dat van de partikuliere sektor. Voor zover de aparte premieregeling van de ambtenaren voordelig waren, zijn ze door de 'bijstelling' van de trend te niet gedaan.
Dit alles geldt uiteraard ook voor de trendvolgers, onder andere de mensen van het streekvervoer, spoorwegen en gezondheidszorg. Zij volgen met hun CAO de loonontwikkeling van de ambtenaren.

Verdeeldheid binnen de vakbeweging

Rietkerk liegt dus en stookt. Maar veel erger is dat ook binnen de vakbeweging tegen elkaar wordt opgeboden wie bevoorrecht is ten opzichte van wie en wie het meest gepakt wordt. Het meedenken met de problemen van de kapitalistische ekonomie gaat zover dat het rechtvaardig lijkt als 'we' allemaal evenveel inleveren. We zien dat bij de bonden in de overheidssektor waarzij de onrechtvaardigheid van het 'eenzijdig pakken' benadrukken. In wezen is dit een oproep om 'allen te pakken', zij het minder dan 3 of 3,5%. Een soort eerlijkheid dat uitgewerkt wordt in het FNV-urgentieprogramma.
Het heilloze van het inleveren is onder andere aan de orde geweest in ons redaktioneel van de nummers 0 en 1. Hier wijzen we erop dat loon- en andere verschillen tussen sektoren, bedrijfstakken, enzovoorts een kenmerkend verschijnsel zijn van het kapitalisme. Als je nodig bent, krijg je nu eenmaal meer dan wanneer je gemist kan worden. Deze ongelijkheden kweken verdeeldheid en beschermen de macht van de ondernemers. Aan het bestrijden daarvan ontleent de vakbeweging haar bestaan. Verwaarlozing van die strijd holt de vakbeweging uit. De effekten daarvan zien we onder andere binnen de Industriebonden.
De werkloosheid en het koopkrachtverlies nemen in de industriële sektor toe. En als de ambtenaren en trendvolgers zich tegen diezelfde problemen in hun sektor verzetten, worden ze om de oren geslagen met hun zogenaamde bevoorrechting. In het blad Zin van de IB-FNV wordt die verdeeldheid via brieven van leden breed uitgemeten. En in plaats van feitelijke informatie te geven, is het kommentaar van voorzitter Dick Visser dat over de inkomensverschillen tussen de twee sektoren 'op z'n zachtst gezegd nogal wat onduidelijkheden bestaan'. En of dat nog niet genoeg is, wordt het isoleren van de uitkeringsgerechtigden bepaald niet door de IB-FNV bestreden: 'Het probleem is dat het terugdringen van de werkloosheid - vooral van belang voor de uitkeringsgerechtigden - niet samen gaat met een ongewijzigde instandhouding van het systeem van sociale zekerheid. Een rotkeuze. Maar hij moet gemaakt worden...' (Zin, 22 september 1 983). Bij de IB-CNV is het geen haar beter. Daar is 4 november besloten een einde te maken aan de koppeling van de inkomens van ambtenaren, trendvolgers en uitkeringsgerechtigden aan de ontwikkeling van de marktsektor. Dus weg solidariteit en vrij baan voor de doorbreking van de koppelingsmechanismen.

Nee tegen de krisispolitiek

De akties van dit moment - in ieder geval voor de overheidssektor ongekend - staan dus onder zware druk. De inzet van de regering is de voorbereiding op een verdergaande inkomensvermindering van alle loon- en uitkeringsafhankelijken. Vanuit de logika van het kapitalisme is dat noodzakelijk voor het 'ekonomisch herstel'.
De inlever-bereidheid en de verdeeldheid van de vakbeweging zijn de grootste obstakels waarvoor de strijd van de ambtenaren, trendvolgers en uitkeringsgerechtigden staan. De akties zoals ze tot nu toe gevoerd worden, kennen elementen om de strijd tegen die obstakels aan te binden. We denken daarbij aan de zelfstandige initiatieven van leden om akties uit te roepen en te organiseren. Verder zien we de weigering van aktievoerders om nog verder in te leveren, de deelname van CNV-leden, de betrokkenheid van de uitkeringsgerechtigden bij de akties, hun eigen initiatieven binnen de bonden (bijvoorbeeld deelname aan demonstraties en verkeersblokkades)en die van organisaties als het Landelijk WAO Beraad en de Landelijke Bond van Uitkeringsgerechtigden (plannen om de verhoging van gas- en huurprijzen te weigeren).
Koördinatie van al deze aktiviteiten is noodzakelijk. Tegelijkertijd dreigt hier de al genoemde inkapseling in het FNV-urgentieprogramma. Alleen al aan het voorkomen daarvan zullen de aktievoerders hun handen vol hebben. Direkte kontakten aan de basis van de bonden zijn hierbij van groot belang, daar dient het centrum van de koördinatie te liggen. We weten echter dat deze kontakten moeizaam tot stand komen en spaarzaam zijn. Zo hebben bijvoorbeeld de leden van de ABOP zich in hun Buitengewone Algemene Vergadering van 30 september uitgesproken voor gezamenlijke akties met de AbvaKabo. Nu is de AbvaKabo al weken volop in aktie, terwijl de eerste onderwijsakties te verwachten zijn in de FNV-aktieweek beginnend op 14 november.
Van beslissende betekenis zal zijn of de akties verbreed worden naar de partikuliere sektor. Op deze manier kan de beoogde maatschappelijke ontwrichting zich minder op het publiek richten en de tot nu toe buiten schot gebleven ondernemers raken. Daarbij valt te denken aan ondersteuning van de akties van de ambtenaren gericht op het vertragen en blokkeren van het goederentransport door de mensen in de haven.
De situatie in de Industriebonden lijkt zo te zijn dat ondersteuning van daaruit heel wat voorwerk vereist. Informeren en uitleggen zijn de minste dingen die daar moeten gebeuren. De tol van de krisis in deze sektor is hoog en recente vakbondsstrijd heeft nauwelijks direkte resultaten opgeleverd.

Al met al lijkt de vakbeweging voor een grote krachtmeting te staan, naar buiten en naar binnen toe. Akties, stakingen en strijd zijn nooit gemakkelijk. En ook al is er op het ogenblik heel wat in beweging gezet, de tegenstand zal zwaar zijn.
'We gaan over tot Belgische toestanden' hoorden we niet zo lang geleden onder andere bestuurders dreigen. Het is echter niet alleen de vraag of deze toestanden komen, maar vooral ook of we er wat van geleerd hebben. Bijvoorbeeld het doorbreken van de bereidheid boven in de vakbeweging tot het sluiten van kompromissen voor een wat gematigder bezuiniging.
De brief van de FNV-afdelingen van Delft, Den Haag en Wageningen (9 oktober j.l.), die we in het thema van dit nummer hebben opgenomen, is een poging daartoe. Vanuit de direkte betrokkenheid bij 'Prinsjesdag-Aktiedag' wordt daarin onder andere een pleidooi gehouden voor een landelijke aktie tegen de regering Lubbers; mogelijk richtpunt: de dag van de behandeling van de begroting van Sociale Zaken. Dit pleidooi is overgenomen door de ledenvergaderingen van de FNV-distrikten bij de 'behandeling' van het FNV-urgentieprogramma en de Buitengewone Algemene Vergadering van de ABOP. Over de resultaten hiervan verkeren wij op dit moment in het ongewisse.
Als dit nummer van Solidariteit uitkomt, weten u en wij misschien meer.

Redaktie
(6 november 1983)