nr. 53
dec 1992

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

- STEKELTJES -

Opslag

'Wie niet waagt, die niet wint' dacht Frans Weggeman, toen hij naar de bedrijfsleider stapte om opslag te vragen.
"Ik moet er geld bijhebben", zei hij.
"Waarbij?", vroeg de bedrijfsleider. Hij wachtte het antwoord van z'n ondergeschikte niet af, maar ging door met z'n normale dagelijkse bezigheid: het vullen van de zakken van z'n zondagse pak. Een streepje.
"Omdat ik dat te kort kom", antwoordde Frans geprikkeld. En geheel ten overvloede begon hij de man tegenover hem aan het grote buro omstandig uit te leggen wat er allemaal en in zo'n korte tijd in prijs was gestegen: de huur, het GEB, de reinigingsrechten, Iglo-maaltijden, Brandbier, de zwangerschapstesten en kaneel. En toen hij daarmee klaar was, besloot hij met een vinnig: "En daarom kom ik vierhonderd gulden te kort."
"Is that a fact?", vroeg de bedrijfsleider. Het was duidelijk dat het de man niet in het minst interesseerde.
"Je kan van mij aannemen dat dat zo is", antwoordde de anders zo flegmatieke Frans Weggeman opstandig.
"Dan moet je niet bij mij zijn, maar bij de hoogste baas", zei de bedrijfsleider en met een bruusk gebaar rolde hij z'n stoel met een klap tegen de sansaveria. "En donder nou m'n kantoor uit, want ik heb wel wat anders te doen dan naar dat gezeik van jou te luisteren."

Mensen die zwijgen kunnen ook niks krijgen, meende Frans en daarom vroeg hij via zijn Centrale Ondernemings Raad een onderhoud aan met de hoogste baas, hetgeen in vijf weken voor elkaar was.
Nu had deze Hoge Baas iets wat zelden voorkomt bij het multi-patronaat, hij bezat allure en daarom toonde hij zich oprecht verheugd om - zoals hij het uitdrukte - eens persoonlijk kennis te kunnen maken met iemand van de direkte werkvloer.
Frans, die zich meer dan ooit bewust was van z'n eenvoudige komaf en de daaraan uiteraard gerelateerde minimale positie in het produktieproces, had bescheiden gewacht bij de deur, hoewel hij wel zijn voeten geveegd had op de mat. De Hoge Baas nodigde hem vriendelijk uit verder te komen.
"Tja, weet U, ik heb nog nooit in een echte direktiekamer vertoefd", zei Frans, want hij was van mening dat hij zich te verontschuldigen had voor z'n dralend gedrag. De Hoge Man zou kunnen denken dat hij ook traag was bij de machines. Maar de Hoogste in het bedrijf glimlachte hem bemoedigend toe en toen pas kreeg Frans Weggeman de moed om hardop z'n nummer en naam uit te spreken.
"Aha, de gele ploeg", zei de Baas hartelijk, daarmee tevens bewijzend dat hij precies op de hoogte was van het reilen en zeilen aan de onderkant. Hij verzuimde zelfs niet Frans te wijzen op zijn verworven recht om gebruik te maken van een stoel.

"Komaan jongen, maak van je hart geen moordkuil, vertel me wat er aan de hand is beneden." Maar nog vóór Frans kon uitleggen wat de reden voor zijn bezoek was, rinkelde de telefoon ... De Hoge Baas boog zich over het buro, mompelde een exkuus naar Frans en hulderde "Ja, met mij, nee, met mij, hoor 's ik zit nu in een uiterst belangrijke bespreking en ik bel je straks wel terug ..." en legde zonder groet de hoorn op de haak.
Hij zette zich bij Frans en vertelde: "De meeste tijd zit ik in de EG of wat daarvoor doorgaat of bij de United Nations, maar zodra ik weer op kantoor ben, lijkt het wel of de hele wereld me wil spreken, ik word er mesjokke van. Die van daarnet was kameraad Jeltsin" en gespannen turend vroeg hij of Frans asjeblieft nog één sekonde geduld kon hebben. Hij drukte op het knopje van de Intercom en gaf z'n junior-sekretaresse order in het komende uur geen telefoontjes meer door te geven. "Ik wil persé niet meer gestoord worden ... ja, ja, meiske, ook als Lubbers belt ... neem de boodschap maar aan ..."
En weer verbaasde Frans Weggeman zich erover dat mensen aan de top van de pyramide zo gewoon zijn en hij besloot met schroom te doen wat hem aangeraden was.

"Ik wil opslag, want het wordt alsmaar duurder ... het leven, bedoel ik", begon Frans haperend.
"Vertel mij wat", bromde de Grote Man en hij pakte een sigarendoos van platina waaruit hij Frans een sigaartje presenteerde. Toen vroeg hij Frans of deze wel eens de krant las.
"Ja? Nou, dan zal jij het ook wel weten. Het gaat de verkeerde kant op. Dat is door die Boerboom ook al opgemerkt, de man heeft gelijk. Zie je, de vrije russen verpesten de prijzen. Die gasten gooien alles voor een habbekrats op de markt: staal, goud, platina, kobalt, lucifers, rotjes, waar ze de chinezen ontzettend de pé mee injagen, dan onderzeeërs, zweefvliegtuigen en vanmorgen weer die ..., ach hoe heten die dingen ook weer, het ligt me voor in de mond ... ja, ik heb het, ruitenwissers voor radarschermen. En daarbij blijft het niet. Ja jongen, de wereld gaat een heel, heel andere kant uit en vraag me nou niet welke kant ..."

Wordt vervolgd,

Stekeltje