nr. 55
mei 1993

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

- STEKELTJES -

Opslag (deel 3)

Wat voorafging. Frans Weggeman is in een doolhof verzeild geraakt. Hij wil er 400 gulden bij. Z'n Grote Baas leeft met hem mee en geeft Frans een cubaans sigaartje en een belgiese bonbon. De patroon heeft 't ook moeilijk, ondanks Lubbers. De ekonomie zit in de klem en de afgesloten CAO heeft de schroef vast aangedraaid. Frans geeft z'n recht niet op.

Na lang zoeken had Frans de vakbondswinkel gevonden. In eerste instantie wilde men hem niet helpen, omdat hij z'n bondsnummer niet uit het hoofd kon opzeggen. "U weet toch dat dit verplicht is." Uiteindelijk kreeg Frans, nadat z'n sofi-nummer uit de komputer was gerold, toch toestemming voor een gesprek. "Maar het gaat wel in de tijd van een scholingsprogramma, dus hou het kort", maande het meisje dat met de nummeruitgifte belast was.
Twee uur later wat het Frans duidelijk dat hij net zo ver was als toen hij kwam: zijn patroon had zich te houden aan de in april vorig jaar gesloten CAO. Weliswaar werd hem beloofd dat de bondsonderhandelaar onder protest en morrend akkoord zou gaan, indien ..., maar dat in verband met de konkurrentiepositie en het financieringstekort niet gerekend kon worden op tastbare resultaten ...
En vóór Frans Weggeman iets kon zeggen, hield de vakbondsvertegenwoordiger hem een bus voor van het Fonds Noodlijdende Ondernemers - FNO: een geeltje kon hij toch wel missen.

"En?", vroeg de voorman.
"Nada, njet, naks", antwoordde Frans kortaf.
In de tweede schaft raadde een kollega hem aan naar de rechtswinkel te gaan. "hier om de hoek zit er eentje, in dat gebouw waar vroeger die kleine supermarkt zat. Ik ben er gisteren nog geweest voor m'n oma die een andere omgangsregeling wil hebben met haar vorige vriend." Hij graaide in de zak van z'n overal en haalde een verfomfaaid papiertje tevoorschijn, streek het glad. "Hiero, je kan ze ook eerst bellen."
"Ga maar meteen", zei de voorman, "deze dag wordt toch al van je loon afgetrokken."

Het rechtskundig buro bleek een advokatenkollektief te zijn dat, waarschijnlijk om de kosten te drukken, een maatschap had gesloten met enkele pas beginnende tandartsen. Van een meisje aan de balie werd verwacht dat zij klanten van patiënten zou kunnen onderscheiden. Nadat ze Frans uitgebreid bekeken had, vroeg ze hem naar z'n saneringskaart van het ziekenfonds. "Zeur niet", antwoordde Frans beledigd. Ongelukkig genoeg

bleek het meisje een speciale training gekregen te hebben bij één of andere Hogeschool en daarom stond ze erop dat haar schriftelijke bewijzen werden getoond. Ten einde raad gaf Frans z'n zwemdiplomaas A en B, plus een dezelfde morgen opgelopen parkeerboete; zijn sofi-nummer gaf de doorslag!

Hij kreeg belet bij één van de junior-juristen van het advokatenkantoor Kamers en Vlietjonghe.

In een klein spreekkamertje legde Frans zijn probleem voor. Dat z'n huur met tien procent gestegen was tot bijna duizend gulden, dat het GEB de rekening verhoogd had met twintig procent, dat, nou ja, dat alles duurder werd en dat hij per maand driehonderdvijfenzeventig gulden tekort kwam. "En dat heeft u dus maar afgerond op vierhonderd gulden?", vroeg het advokaatje, terwijl hij alles ijverig opschreef. Frans knikte. "Ja, dat moet erbij."
"Alleszins redelijk", vond de jurist en hij zei dat hij eventjes ging overleggen met een senior. Intussen werd Frans onthaald op een kopje koffie van een ideëel merk. Hij had het nog niet op of de senior kwam binnen.
"Ik zie geen mogelijkheden om in uw zaak iets van sukses te boeken, te meer daar uw patroon gebonden is aan rechtsregels zoals die opgesteld zijn in samenwerking tussen belanghebbende partners in het overleg, in dit geval dus werkgevers- en werknemersorganisaties", sprak de oudere jurist.
"Probeer een kroonlid van de SER", fluisterde de junior-jurist Frans nog toe.

"En?", vroeg de voorman. Ook de kollegaas trokken een vragend gezicht.
Frans wilde op dat moment van geen goeie raad meer weten. Hij hoorde z'n kollegaas wel smoezen: of hij al bij de woningbouwvereniging aangeklopt had, bij de huursubsidie, of z'n vriendin niet werkte en dergelijke onzin meer. Frans besloot alle uitlatingen te negeren.
"Ik zal je maar een halve dag afhouden", zei de voorman toen hij met de hele ploeg onder de douche stond.

Wordt vervolgd,

Stekeltje