nr. 62
juli 1994

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

Bommelding

Onlangs bereikte mij het gerucht dat de amsterdamse Utrechtsestraat verdwijnen moet. Ik hoorde het notabene in dezelfde week dat Hedy d'Ancona verklaarde dat ZIJ IN EIGEN PERSOON daar iedere zaterdag haar boodschapjes doet.

De reden van de statusverandering zit 'm vooral in Verenigd Europa. Sociaal-geografies is de straatnaam namelijk uit de tijd. Indertijd was het histories verantwoord om van Utrechtsestraat te spreken, omdat de rijbaan toen nog als uitvalsweg fungeerde naar de meest belendende stad voorbij Amsterdam. De-weg-naar-Utert, zoals mijn opoe altijd zong. In de gewijzigde vorm van Verenigd Europa ligt Utert nu BIJ Amsterdam en heeft Brussel of Straatsburg zodoende de funktie van meest belendende stad overgenomen.

Oorspronkelijk zou de Utertsestraat gewoon veranderd worden in Brusselsesteeg. Dat was al besloten toen Van Thijn nog medebeheerder was. 'Voor onze staketseldienst een fluitje van een cent', moet hij destijds gezegd hebben. 'De ouwe bordjes eraf, de nieuwe erop' gelijk met een europese verordening dat het betreden van de nieuwbenoemde straat bepaalde belastingplichtigheid veronderstelt.

Dat kon ik begrijpen, want weet u wat een onsje paté of ardennerham in die straat kost? Nou, ik wel.

De door het stadsbestuur voorgestelde maatregel werd uiteraard besproken. Het bracht nogal wat kommotie teweeg, omdat sommige kommissieleden van mening waren dat dan aangegeven diende te worden dat het hier niet alleen om Ali of Mohammed zou gaan, maar ook om Jan, Piet of Klazina. Kortom, de de genieter van AOW, WW en Bijstand.

Net was die kwel door het Openbaar Ministerie in der minne geschikt, toen één van de andere bestuurderen opmerkte:

'En de tram dan, als die kriminelen daarin zitten zwart te rijden?'

De woordvoerder van de VVD ontstak daarover in grote woede en bulderde dat de boel dan maar afgezet diende te worden.

Het was door adekwaat optreden van korpschef Nordholt dat de rust weerkeerde. Dit Gebouw wees erop dat wetenschap van het onderwerp hem noodzaakte te bekennen dat van gedegen identiteitskontrole aan de ingang van de ouwe Utertse- en nieuwe Brusselsestraat geen sprake zou kunnen zijn niet de huidige korpssterkte. Staande gebaarde hij dat een suksesrijke, in het verleden al toegepaste voorziening ter kontrole helaas ook al onbruikbaar was. 'DE BRUGGEN IN AMSTERDAM KUNNEN NAMELIJK NIET MEER OPGEHAALD WORDEN. Nu niet en ook niet in de verre toekomst. Ze zijn in 1945 door het toenmalige, rooie gemeentebestuur vastgezet', aldus Het Gebouw, dat daarna, om zijn weerzin daarover kenbaar te maken, driemaal op de grond spuwde. 'Tsja, tsja, ik herinner 't me nog, dat was toen de Koningin kwam..., het was iets met Heldhaftig, Vastberaden en Barmharmtig', mompelde daarop, zeer schuldbewust, een wat ouder kommissielid.

Daarop nam een direktielid van het amterdams Vervoerbedrijf het woord. Volgens hem zou er een simpele oplossing voor het probleem bestaan. 'Met gebruikmaking van het besturings- en remmechanisme van de supersnelle GCT-trein zijn voordelen te behalen: a) loonkostenbesparing, doordat wagenbestuurders overbodig worden en b) haltes kunnen zonder bezwaar worden opgeheven.'

Konkreet zou het voor bezoekers van de Brusselsestraat betekenen dat passagiers vanuit de hal van De Nederlandse Bank in moeten stappen. 'Daarmee voorkom je ook dat allerlei armoedzaaiers meereizen.' De man legde voorts uit dat een al genomen proef aangetoond had dat bepaalde bevolkingsgroepen met sukses te verdrijven zijn uit ons Openbaar Vervoer. 'Gewoon onofficiële haltes invoegen, de zogeheten noodstop om kontroleurs te laten instappen. De zwartrijder pakken op het juiste moment ..., dat is de kunst', zo beëindige hij z'n bijdrage triomfantelijk.

Maar net toen daarover gestemd zou worden, verdween iedereen schielijk. Er was een bommelding binnengekomen.

STEKELTJE