nr. 73
juni 1996

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

Niet de regen, maar de drup

In m'n direkte nabijheid zei een mij onbekend iemand: "En waar is links nou gebleven?" Ik keek verschrikt om me heen.
"Links is weg ...", antwoordde een ander mij onbekend iemand.
Ik besloot gauw ergens anders te gaan zitten.

Maar nadenkend, kwam ik ook tot de konklusie dat 'links' of wat daar ook voor doorgaat in deze tijd, een onbekende grootheid is geworden. Neem nou de Achtste Maart, de Internationale Vrouwendag, of de Eerste Mei. Op recent bekeken fotoos van vroeger - toen links nadrukkelijk aanwezig was - was bijvoorbeeld één van de eerste 8 maart-vieringen van na de Tweede Wereldoorlog te zien. Een stampvolle Apollohal in Amsterdam, vierduizend stoeltjes gevuld met vrouwen en in de paden ernaast even zo vele mannen op een staanplaats. En dan niet één koortje met strijdliederen, nee, wel drie. Gemengde linkse, de pijpers van de PTT, zelfs een kinderkoortje. Dàt waren nog eens meetings.
Dit jaar werd 8 maart ook gevierd. In het amsterdamse stadhuis met een door de vrouwelijke wethouders georganiseerde modeshow.
Ik zag het zelf op het late nieuws. Een initiatief van, de vrouwelijke bestuurderen. Allemaal gedresst in het uniform dat blijkbaar door de minister van Justitie voorgeschreven is, korte rokjes en van die door de weense schnitt-school gesneden tailleurs.
"De macht is gekleed", schreef Kees Fens onlangs in een ander verband in de krant.

Nee, dan de demonstratieve optocht van de vrouwenbeweging. Het was koud, het was kil, het woei en het was nat. Net als nu. Maar we waren er toch. Met enkele tientallen vrouwen, met leuzen geënt op de werkelijkheid. Wij dus in rotten van drie achter het 'geluid' aan: een versterker gemonteerd in een ruime personenwagen van een automerk dat intussen ook al niet meer bestaat. Met muziek en opwekking aan de passerende vrouwen deel te nemen aan onze demonstratie.
Tot een politie-auto ons op de trambaan het bevel gaf de rijweg niet te versperren en we gemaand werden het trottoir op te gaan. "Met de auto?", vroegen wij nog. "Op het trottoir! En een beetje snel, loos, loos."
"Wat is er toch veel veranderd", zei een mij onbekend persoon. "Vind je ...?", hoorde ik een andere mij onbekende persoon zeggen.
Of kijk naar de sport. Doen en kijken verbroedert. Zegt men. Nou, zelfs daarin is het één en al Eurovisie. Ook ene grote gelijkmaker, want wat ziet mijn oog als Paris Saint Germain een europese cup wint? Een triomftocht van ploeg en Parijzenaars. Uiteraard.
Even dacht ik nog dat het een herhaling was van de uitzending toen de ploeg van Van Gaal vorig jaar voor ons Concertgebouw stond, maar ik herkende duidelijk de Arc de Triomph. Verder niks geen nationaal kenmerk. Zelfs de door de verenigde boboos en ploegmaten gedragen pakkies (keurig blauw en de das gestreept met rood erin) kwamen me bekend voor. Niet alleen dezelfde soort cup, maar ook dezelfde zwarte doelpunters die dat ding steeds triomfantelijk en om de beurt aan het juichende, zingende (zelfs de overwinningsdeuntjes had ik vorig jaar al meegeneuried met Ajax) parijse supportersdom.
Het was allemaal, zoals men dat in het frans zegt: 'één toet mem.'

Godzij dank werd na het laatste nieuws toch nog een nationaal item vertoond. Ik zakte onderuit voor het koor van het Leger des Heils. Een uit vele leden bestaande liederentafel, apart opgesteld voor de alten en sopranen, zette het voorlaatste lied met krachtige bastenoren in: "Voorwaarts Christenstrjders, Drukt Uw Konings Spoor".
Dat was nou een waarlijk nationaal besluit van een mei-dag.
Maar m'n vriend die, hoewel niet praktiserend maar wel van huis uit en in toenemende mate sympatie voor de Moslimgemeenschap koestert, merkte gapend op: "En dan moet jij zo nodig zeggen dat er zo veel veranderd is."

Stekeltje

PS. Gelezen in NRC Handelsblad rond de perikelen in het College van Toezicht Sociale Verzekeringen: "het zaakje van Van Linschoten ruikt steeds meer".