|
nr. 75 okt 1996 |
Solidariteit
RedaktioneelWaar het om begonnen isDe diskussie over wat de vakbeweging (nog) kan verwachten van 'de politiek' is aan de gang. Het thema van het forumdebat van 26 oktober 1996, ter gelegenheid van dit nummer 75, heeft tot uiteen lopende reakties geleid. Opvallend is dat de urgentie van dit vraagstuk ook internationaal leeft, zij het dat we ons beperkt hebben tot bijdragen over België, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië.Goeie vragen, denken we dan maar, roepen wedervragen op. En die werden dan ook gesteld. Wat moet verstaan worden onder 'de politiek'? Gaat het ook om partijen als D66 of juist niet? Betreft het alleen parlementaire partijen? Als vakbondskwesties ook altijd politieke kwesties zijn, wat houdt dan een onafhankelijke vakbeweging in? Als de wegen van 'de politiek' en de vakbeweging zich scheiden, voor wie is dat dan een probleem? Nu de sociaal-demokratie op haar laatste benen loopt, moet de vakbeweging zich dan meer 'politiek' manifesteren? En de oorspronkelijke vraag omgedraaid: wat kan 'de politiek' eigenlijk nog verwachten van de huidige vakbeweging? Wij hebben ook een wedervraag, overigens zonder de pretentie daarin alle andere samen te vatten: Heeft de vakbeweging 'de politiek' nodig? Wij zijn zo vrij een poging te doen tot een antwoord en hopen daarmee een bijdrage te leveren aan de diskussie. Het is een principiële benadering geworden, beknopt en daarom misschien wat schematies, maar we hebben er behoefte aan na te gaan waar het allemaal om begonnen is. Dat betekent dat we het speelveld verlaten van wat wel de 'natuurlijke taakverdeling' tussen politiek en vakbeweging genoemd wordt. ArbeidersbewegingDe kontekst waarbinnen wij de vraag naar de verhouding tussen politiek en vakbeweging plaatsen, is die van de arbeidersbeweging. In haar histories streven naar emancipatie en daarmee van de opheffing van de kapitalistiese produktiewijze heeft de arbeidersbeweging zich op verschillende manieren en op verschillende maatschappelijke gebieden georganiseerd. In koöperaties, konsumentenbonden, ziekenfondsen, anti-militaristiese groepen, jongeren- en vrouwenorganisaties, kulturele verenigingen - al of niet verbonden aan haar twee belangrijkste organisaties: politieke partijen en vakverenigingen. De eerste stellen zich ten doel de strijd met de burgerlijke staat aan te gaan, de staatsmacht te veroveren en een socialistiese maatschappijformatie tot stand te brengen. De tweede, de vakverenigingen, richten zich primair op de verdediging van de dagelijkse belangen van de arbeidersklasse en huldigen daarbij het beginsel van solidariteit tussen verschillende groepen loonafhankelijken en degenen die op één of andere uitkering zijn aangewezen. Strijd om de machtDe politieke partijen (van de arbeidersbeweging) die zich in principe met alle mogelijke maatschappelijke vraagstukken bezighouden en daarover tot standpunten komen, stimuleren het verzet in de diverse maat schappelijke terreinen en trachten dat te bundelen. Een bundeling die zich richt op machtsvorming teneinde de staat aan te vallen. De vakverenigingen, waarin ook leden van die politieke partijen aktief zijn, bewegen zich op één van die terreinen. Naarmate in die verenigingen het besef groeit dat de verdediging van de dagelijkse belangen steeds weer tijdelijke resultaten oplevert, neemt de behoefte toe die verdediging te verbinden met de bredere en fundamentele oplossing waarvoor de politieke partijen hun strijd voeren. Wanneer dit gebeurt, wordt de gemeenschappelijke basis van politieke partijen en vakverenigingen - de arbeidersbeweging - omgezet in een intensieve samenwerking, een gezamenlijke strijd. Dat betekent niet - en de geschiedenis laat ons zien: dat zou niet moeten betekenen - dat de vakbeweging een speelbal is van de partijen. Wel wordt de strijd van de vakbeweging verbreed en levert zij een belangrijke bijdrage aan de algemene strijd om de maatschappelijke macht. Dat wil ook zeggen dat de dagelijkse ekonomiese belangen verbonden worden aan de strijd om de macht over de Organisatie van de arbeid en de produktie, dus de macht in de onderneming. HervormingenZo lang de vakverenigingen te maken hebben met politieke partijen die het perspektief van de verovering van de staatsmacht niet (meer) stellen, zullen zij steeds weer gekonfronteerd worden met de tijdelijkheid - en het mogelijk verlies - van wat zij verworven hebben. Die partijen die zich beperken tot hervormingen binnen het kapitalisties systeem, beïnvloeden ook het denken en de praktijk van de vakverenigingen. Vaak zo dat het beeld wordt opgeroepen dat de verdediging van de belangen van loon- en uitkeringsafhankelijken mogelijk wordt binnen het kapitalisties systeem. Dan ook ontstaat de scheiding tussen een partij die zegt 'laat de politiek aan ons over', en een vakbondsleiding die zich uitsluitend toelegt op de dagelijkse, ekonomiese belangen. Een taakverdeling tussen 'parlementaire aktie' en 'vakaktie', tussen 'parlementaire arm' en 'sociale partner'. Zeker in een periode van sterke ekonomiese opgang - jaren vijftig en zestig - is dat beeld hardnekkig, omdat er relatief veel te 'verdelen' valt en de tijdelijkheid van de behaalde resultaten uit het zicht verdwijnt. Eén en ander wordt uiteraard versterkt door de heersende ideologie van ondernemers en aanverwanten die de arbeidersklasse trachten te verzoenen met het kapitalisme. Op dat moment stelt de vakbeweging haar onafhankelijkheid op het spel of verliest die. Ze staat dan niet meer onafhankelijk tegenover haar 'natuurlijke tegenstander' - het ondernemerdom - en wordt deelgenoot van de kapitalistiese logika. Dit wordt het bindmiddel tussen de vakverenigingen en de op hervorming van het kapitalisme koersende politieke partijen (onder andere door de deelname aan de staatsmacht of het streven daarnaar). Sta-in-de-wegTerugkerend naar de vraag of de vakbeweging 'de politiek' nodig heeft, is het antwoord 'ja'. Tenminste, wanneer we daaronder politieke partijen verstaan die de strijd aanbinden met de logika van de markt en het perspektief van een fundamenteel andere maatschappij naar voren brengen. Verwerping van die logika stimuleert binnen de vakverenigingen een bewustzijn en een praktijk die zicht geven op de grenzen van de, overigens noodzakelijke, verdediging en uitbreiding van de sociale verworvenheden. Het perspektief van een alternatieve maatschappij laat zich in de vakverenigingen vertalen in de zelforganisatie van de leden en daarmee de versterking van de vakbondsdemokratie. Alle andere politieke partijen zijn direkt of indirekt een sta-in-de-weg voor een strijdbare vakbeweging. IllustratiefHoe beknopt en algemeen voorgaande schets van de verhouding politiek-vakbeweging ook is, ze is illustratief voor de nederlandse situatie, in een groot deel van het verleden en zeker in de tegenwoordige tijd. In de eerste helft van deze eeuw heeft de meest invloedrijke partij van de arbeidersbeweging - de sociaal-demokratiese - steeds nadrukkelijker afscheid genomen van het 'socialisties projekt'. Tegelijkertijd zijn de vakverenigingen steeds meer deel gaan nemen aan de sociaal-ekonomiese besturing van het kapitalisties systeem. De ontwikkeling naar een centralistiese 'overlegekonomie' doofde haar strijdbare potenties, ondergroef haar kracht tot zelforganisatie, beknotte haar positie op de werkvloer en holde haar interne demokratie uit. Politieke partijen die het kapitalisme in woord en daad verwerpen en bestrijden, zijn nooit dominant geweest en hebben dit proces van integratie niet kunnen keren. Voor zover zij de vakbondsstrijd op een hoger plan brachten, gebeurde dat lange tijd buiten de 'moderne vakbeweging' (voor de Tweede Wereldoorlog: het NAS, en erna tot in de jaren vijftig: de EVC). Voor die 'moderne vakbeweging' betekende dat een rechtvaardiging voor de op hervorming gerichte koers. Een hervorming die gedurende een korte periode in de jaren zeventig radikale kenmerken vertoonde. In de periode van ekonomiese neergang die met name de jaren tachtig heeft getekend, blijkt de strategie van hervorming uitgeput. De gevolgen daarvan voor de hervormingsgezinde politieke partijen - in het bijzonder de Partij van de Arbeid - en voor de vakbeweging zijn bekend. Zelfs tijdelijke resultaten worden niet meer geboekt en de aantasting van de verworvenheden wordt slechts gereguleerd. Wat eens de sociaal-demokratie was, is haar wortels in de arbeidersklasse vrijwel kwijt en de vakbeweging wordt op zichzelf teruggeworpen en raakt verwikkeld in een overlevingsstrijd. AanpassingTegen deze achtergrond staat de huidige verhouding politiek-vakbeweging. Beperken we ons tot de in het parlement vertegenwoordigde politieke partijen, dan kunnen de vakverenigingen - vanuit hun oorsprong - daarvan weinig inspiratie en stimulans verwachten. De twee partijen, GroenLinks en de Socialistische Partij, die in de traditie geplaatst kunnen worden van de arbeidersbeweging, staan helaas op afstand van de vakbeweging. Ze spelen geen - herkenbare - rol in de mobilisering van vakbondsaktiviteiten. In die zin zou begrip opgebracht kunnen worden voor de huidige, officiële koers van de vakbeweging zich niet te engageren met welke politieke partij dan ook. Dit begrip voor de 'zelfstandigheid' van de vakbeweging houdt echter op, wanneer we haar bereidheid in ogenschouw nemen zich aan te passen aan de 'nieuwe eisen van de tijd'. Een tijd waarin de logika van de markt wordt beschouwd als de maat voor elk menselijk en maatschappelijk handelen. Die aanpassing is in Solidariteit vaak besproken. Voor dit moment verwijzen we slechts naar de voorgestelde herziening van haar Grondslag, die weinig meer overlaat van een kritiese beoordeling van de kapitalistiese maatschappij. Ook de huidige fusiebewegingen lijken niet bepaald ingegeven door een nieuw elan voor een solidaire verdediging van de dagelijkse belangen van de loon- en uitkeringsafhankelijken. Vooralsnog lijken ze niet meer dan bedrijfskundige reorganisaties naar grootschaligheid om te redden wat er te redden valt. De leden spelen daarin slechts een rol op het moment dat de ingezette fusieprocessen in een vrijwel onomkeerbaar stadium zijn. Het hart van de vakverenigingen - de demokratiese zelforganisatie - zal er geen nieuwe doorbloeding van kunnen krijgen. PolitiseringNa onze beperking tot de politieke partijen die deelnemen aan het parlement, komen we op de verschillende politieke organisaties die 'buitenparlementair' aktief zijn. Ze volgen - meestal, ieder op de eigen manier - de besproken klassieke lijn van de arbeidersbeweging. Hoe gering hun omvang ook is, het werk van hun leden binnen de vakbeweging is essentieel. De ontwikkeling die de vakbeweging doormaakt, lijkt helaas hun invloed te verzwakken. Ook, omdat hun verschillende tradities en opvattingen zelden leiden tot een bundeling van krachten binnen en buiten de vakbeweging. Onze schets van de aktualiteit van de vakbeweging en de mogelijke inbreng van 'de politiek' is hard, maar hopelijk nuchter. Ook wij hebben behoefte aan een bemoedigend woord, zoals we ons dat bij alle aktieve en kritiese vakbondsleden kunnen voorstellen. Wij gaan onversaagd op weg naar nummer 100, zullen er met anderen alles aan doen de vakbeweging in het strijdbare spoor te krijgen van de arbeidersbeweging, roepen onze lezers en lezeressen op binnen (en buiten) de vakbeweging aan 'politiek te doen' en nodigen hen nadrukkelijk uit deel te nemen aan ons forumdebat van 26 oktober aanstaande. We wensen dat dit debat een bijdrage levert aan de politisering van de vakbeweging. Een nieuwe 'arbeid(st)erspartij' noch een strijdbare vakbeweging, zullen uit het water langs Het Open Havenmuseum oprijzen, maar we zijn al blij als er iets begint te borrelen. Redaktie |