nr. 88
jan 1999

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

Het Miserium

Er wordt vooruitgekeken. Er worden maatregelen genomen. We moeten het op tijd zien te klaren. Neem nou de vooruitziende blik van de hoofdstedelijke burgemeester.

Net op de dag dat de ziekenfondspremie verhoogd is, wenst de hoogste in rang iedereen een gezegend jaar. Behalve de Amsterdammers. Het vloeken en tieren van die lui moet maar eens afgelopen zijn, aldus Patijn.

"Ik heb me deerlijk vergist", zei m'n buurman in een eerste commentaar en hij vervolgde: "Deze man is géén zacht eitje, integendeel, het is een held die moed paart aan een grote dosis roekeloosheid!" En buurman's vrouw beaamde knikkend, maar voegde er nuchter aan toe: "Ik denk dat die Schelto bezopen was, toen hij dat zei." En daarmee was de kwestie over de heropvoeding van de Amsterdammer wat betreft onze trap afgelopen.

Blijft natuurlijk dat het op z'n minst 't noodlot verzoeken is om Amsterdammers voor te houden dat ze lieftalliger moeten worden.

Ik had het nog niet gedacht of de helse situatie kreeg handen en voeten in lijn 24, waarin ik net gezeten was. Ik kan namens alle passagiers spreken, als ik beweer dat onze in alle opzichten vreedzaam begonnen dag in één klap veranderde. Op het moment namelijk dat de wagenbestuurder een gereglementeerde noodstop maakte en zijn tramstel in een fractie van een seconde gebeiteld in het plaveisel van het Rokin drukte. Wij allemaal, zo'n tachtig zittende, maar in meerderheid staande passagiers, schrokken ons collectief de beroerte, stopten ons gehijg in de nek van de bestuurder en besloten 'an mas' het GVB terug te pakken, opdat duidelijk zou worden hoe het er voor stond met ons gevoel van welbehagen.

Daarop nam ons van oudsher gevreesde agressieve gedrag onze ratio direct over. In de praktijk betekende dat dus dat we niet eerst tot drie telden en ademhaalden, maar dat we wederom de overal elders gehanteerde wellevendheid uit het oog verloren en tenslotte dat we de eerste geuniformeerde persoon die ons onder ogen kwam, ouwerwets grof uitvloekten.

In dit geval was dat uiteraard de wagenbestuurder en toen we dat gedaan hadden, gingen we over tot het verbouwen van zijn wagen, nummer 702.

Het hele karwei, met het voorspel erbij, had nog geen acht minuten geduurd en ik dacht nog "dat scheelt weer een paar hart-catharisaties op de Eerste Hulp", want niks is zo slecht voor je hart als het binnenvetteren van grieven.

Pas veel later werd duidelijk dat het voltallige passagiersbestand volkomen voorbarige en verkeerde conclusies had getrokken. De in de tram begonnen rel had een voorgeschiedenis. De noodlottige handeling van de wagenbestuurder was namelijk een gevolg van een verkeersextremiteit en onderzoek wees uit dat de wagenbestuurder geen blaam trof.

"Ik kan toch niet over me-eige-burgemeester-gaan-rije", moet de vakbekwame man gedacht hebben, toen pal voor hem èn op de vrije trambaan èn onverwacht een limousine abrupt stopte en in een flits aan een achterhoofd te zien was dat het hier om de dienstauto van Patijn ging. De wagenbestuurder deed wat hem het beste leek; hij zette z'n linkerbeen op het remijzer ...

Onze reactie daarop was natuurlijk enorm en, althans volgens buitenstaanders, buitenproportioneel. Ja, ja, laten ze het zelf eerst maar eens aan den lijve ondervinden, als zo'n kolos van een paar ton in een handknip op het plaveisel vastgeklonken staat.

Wat vooraan zat of stond, schoof als het ware met atoomkracht naar achteren, waar de handlanger van de wagenbestuurder - die anders de godganse dag roerloos in z'n stelletje moet zitten - tevergeefs probeerde het mensengeweld tegen te houden door te provoceren met z'n intercom: "Mensen, mensen, loop eens even door, daar voren is nog ruimte!"

Da's vragen om rottigheid. Er waren trouwens een paar fracturen, een enkele hersenschudding en heel veel hysterie, zoals dat in Amsterdam gebruikelijk is. Het ergste op dat gebied kwam van een dame, die maar bleef schreeuwen dat ze door dat-rotgeintje-van-die-idioot-voorin de huursubsidie wel kon vergeten, omdat de kerel aan het loket van Volkshuisvesting sowieso een machtswellustige etter was ... en helemaal als ze een kwartier later zou komen dan afgesproken.

Toen we na uren met z'n allen een beetje gekalmeerd waren, kwamen we achter de ware toedracht: waarom Patijn gehandeld had zoals hij gehandeld had, cequ z'n chauffeur bevel gegeven had te stoppen. Via een communiqué uit het stadhuis. De burgervader had het nodig gevonden te stoppen om in de gelegenheid te zijn een "vrindelijk woord" te wisselen met een toornige taxidriver, die op de vuist wilde met een bon schrijvende diender uit de Warmoesstraat. Uitgerekend van het bureau dat toch al zo'n slechte naam heeft, omdat daar zo nu en dan - "en zeker niet regelmatig" zoals de toendertijd dienstdoende brigadier het later zei - een dakloze arrestant overlijdt aan een of andere onbelangrijk schijnende smak op het plaveisel.

Dat is in het kort wat gebeurde, de dag nadat burgemeester Patijn in het Concertgebouw de Amsterdammers had gewezen op hun burgerplicht. Dat we lief moeten zijn voor de politie, "die haar plicht doet", voor het personeel van de metro, bus en tram, dat we aardig en beschaafder moeten optreden jegens onze medemens, kortom, dat we ons netjes moeten gedragen.

Nou, hij vraagt nogal wat, zeg.

En dat zouden we allemaal moeten leren voor het millennium zich aandient?!

Ik zie het al voor me. Dat wordt een jaar van het miserium. In Amsterdam zeker. Zeker.

Stekeltje