nr. 95
april 2000

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

Zij die niet gingen

Een yupse vrouw in mijn niet naaste kennissenkring, die als niet gekozen kandidaat op de kieslijst van de Partij van de Arbeid stond, verheugt zich bij elke calamiteit in het kabinet dat het einde van het opschuiven in zicht komt, en daarmee het pluche.

Ik vond die gretig uitgesproken hoop voorheen nogal luguber. Zitten wachten tot een ander de moord steekt. Als dat het resultaat is van de parlementaire democratie ...

Maar thans solidariseer ik me zelfs met mijn niet naaste kennis en neurie mee - alsof ik in een vooroorlogse coöperatiewinkel sta - "we zijn er bijna, we zijn er bijna", terwijl ik tevens moet denken aan iets wat Spinoza zei, dat de ene hevige streving verdrongen wordt door een nog sterkere!

Onlangs las ik in een oud boek dat de stad Enkhuizen zich, na vijf eerdere en mislukte pogingen, bevrijd had van het Spaanse juk. Indertijd, dus lang geleden. Ik dacht daaraan tijdens een Kamerdebat en vroeg me af of er in die tijd al perssecretarissen waren, of lobbyisten, of burgemeesters, of ministers, of Endemol, of declaraties.

Ik wilde het persé weten en na een nacht woelen belde ik de volgende morgen het Rijksarchief. Mijn vraag was kennelijk ongewoon, want van de eerst aangesproken ambtenaar werd ik niets gewaar. De man hield me namelijk voor dat de geschiedenis van Nederland niet verder teruggaat dan pakweg dertig jaar. "En dat is zeer euferistisch [of zoiets] gezegd, want feitelijk wordt het jaar 1970 al problematisch", aldus de tong van de Rijksdienst. Na deze interactieve info is me een hele hoop duidelijk geworden.

Neem het excuus van minister-president Kok over de koloniale oorlog. Nog voor de paus over de brandstapels begon, had onze eigen Kok al eeuwen overgeslagen en vroeg vergiffenis voor de laatste koloniale oorlog.

Moedig dus. Drie maal moedig. Ten eerste, omdat Drees sprak over politionele actie. Ten tweede, omdat Gualtherie van Wezel nog steeds tot de prominenten behoort. Ten derde, omdat een oom van een medewerker van een deelraad ergens in een Zuid-Hollandse randstad een verklaard tegenstander is van Feyenoord.

En toch draait de aarde, zei Galelei. En toch deed Kok die uitspraak. En na hem volgden velen. Van generaal tot gemeen of dienstplichtig soldaat. Maar niet iedereen kwam aan het woord. Niet bij Karel, niet bij Maartje of Sonja, noch bij Marcel of Witteman. Nergens, niet op de radio, niet op de televisie, niet in de dagbladen, niet in periodieken. Nietsjewo njet.

Niet één Indonesië-weigeraar werd gehoord.

Vinden ze niet gek, zijn ze al meer dan een halve eeuw gewend.

En met spijt hebben ZIJ die niet gingen, niets te maken.

Stekeltje