nr. 96
mei 2000

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Stekeltjes

Waterloomanagement

"Ik heb nu vijfhonderd wedstrijden gespeeld, maar als je de bal hoog krijgt moet je maar hopen dat ie naar beneden valt ...", hoor ik een begenadigd speler zeggen na een oefenwedstrijd. Deze uitleg over de zwaartekracht verbaast me niks en je moet als mensheid dan ook niet onthutst zijn wanneer de incubatietijd voorbij is en de pleuris feit wordt op de Coolsingel of daaromtrent.

Intussen zitten m'n eigen benedenburen me dwars en m'n nagels groeien als een gek. Da's een veeg teken, want groeiende nagels is een soort natuurlijke reactie en duidt op toenemende agressie.

Het is maar niet niks wat er aan de hand is, zeg.

Neem de afwisselende hipes in de discussie. Het item van de integere Rotterdamse crimineel is nog niet voorbij of er staat al weer iets vreselijks op de rol. De nette kant van Nederland heeft werkelijk veel aan den kop.

En de meesten kunnen het niet aan. Ik althans heb nog niemand laconiek horen zeggen: nou ja, de koningin mag goed zijn, de koningin mag slecht zijn ... maar de zon komt op, de maan schijnt en de regen valt ... en straks krijgen we weer sneeuw.

Ontspannen maar, ontspannen maar, is alles wat mij geraden wordt. Maak eens een wandeling van Scheveningen naar Hollands Spoor. Langs dat armetierig kleine beeldje van Guillimo Prima van een Italiaan, staande voor Paleis Noordeinde, tegenover sosijetie-sjop "Park Polo", alwaar - zoals ik met mijn eigen ogen las - een donkerblauwe blazer met koperen knopen 2.320 gulden kost. In de uitverkoop notabene.

Een armetierig beeldje van Willem de Eerste. Terwijl op het belendende plein een wel honderd meter hoge buste is opgetrokken ter ere van een mij geheel onbekende Oranje die indertijd toevallig iets gedaan heeft bij Waterloo.

Toch vallen doordenkend wel alle stukjes van de puzzel op de juiste plaats. Eindelijk snap ik waarom een van de onderkomens "'t Loo" heet en evenzo wordt duidelijk waarom de kroonprins iets heeft met water.

Een monumentaal beeld dus, bijna zo groot als een doorsnee tramremise. Voor Haagse trammetjes, die zo ontzettend gerieflijk zitten omdat ze in deze stad per definitie niet rijden, maar schrijden. En er is vriendelijk geprivatiseerd personeel dat op een gerichte klantenvraag of de bestuurder naar het Vredespaleis gaat, gewoon zegt "ik zaw wel wille ma 'k moet nog rije ..."

Stekeltje