Over het spanningsveld tussen beweging en bond

Doorbraak en #voor14

Eric Krebbers

In Commentaar 450 van 2 januari jongstleden kondigde Piet van der Lende het al aan: de FNV is van plan #voor 14 te concentreren in de FNV-sectoren en de 'voor 14 afdelingen'. Ondertussen zijn we vier maanden verder en Eric Krebbers van Doorbraak bespreekt de deelname aan #voor 14 en de relatie met de FNV. Wat volgt is een selectie uit zijn artikel, voornamelijk over problematische omgang met de bond.

In de praktijk hadden we eigenlijk nauwelijks contact met de bond. Waar wij via onze sociale media vaak landelijke activiteiten, of die in andere steden, promootten en er ook heen gingen, kregen we niet de indruk dat de landelijke campagne publiekelijk erg veel aandacht besteedde aan onze activiteiten. Wel kregen we af en toe klachten door. Zoals toen we opriepen tot solidariteit met Kick Out Zwarte Piet, nadat fascisten hun congres aanvielen in Den Haag en de bondstop meende dat we afstand moesten houden van de antiracistische strijd tegen Zwarte Piet. Of toen we de landelijke media haalden, nadat we een Albert Heijn manager betrapten op het 'wegfotoshoppen' van een gekrijte tekst voor 14 euro minimaal voor zijn personeel, en de FNV dat vervelend vond omdat ze in cao-onderhandelingen waren met het bedrijf. Of toen één of ander vaag uitzendbureau klaagde over wat krijt op een naambord bij hun vestiging. Maar telkens namen de landelijke [FNV] organizers ons in bescherming en drong het rechtse en autoritaire gezeur eigenlijk nauwelijks echt tot ons door. Ze vormden een beschermende deken tussen de top en ons, zodat wij ons aan de basis konden organiseren en onze strijd konden voeren zonder afgeleid te worden. De bond wilde graag controle houden op de campagne, maar wij lieten ons simpelweg niet controleren. En niet te vergeten: de organizers streefden juist naar een dynamische beweging, van onderop, die niet beheerst zou worden door de bond, ook omdat dat vaak ten koste gaat van de spontaniteit en energie.

Interne bondsperikelen

Er waren in sommige andere steden bondsactivisten die het als een speciale taak zagen van de campagne om de bond democratischer en anti racistischer te maken. En hoewel we hun streven natuurlijk erg waardeerden, hebben wij ons in Leiden bewust nooit bemoeid met interne perikelen van de bond. En ons ook niets aangetrokken van de kritieken die af en toe toch naar beneden doorsijpelden. We hebben geprobeerd om de blik naar buiten te houden, om ons te richten op onze hoofdtaak: mensen organiseren, macht opbouwen en het minimumloon verhogen. We hoefden sowieso niet naar boven te roepen, omdat we wisten dat de bondsleiding onze activiteiten toch wel monitorde en daarover vast af en toe onderling over gemopperd werd. Bijvoorbeeld over de keren dat we krijtten tegen dwangarbeid (de bond is, zoals eerder gezegd, alleen tegen werken zonder loon, niet tegen het dwangelement ervan), over de radicale anti patriarchale toespraken op onze vrouwendagtour door Leiden, over ons mede organiseren van de radicale Queer Pride March, over onze consequente steun voor en deelname aan de beweging tegen Zwarte Piet, enzovoort.

Kortom, er was vanaf dag één spanning tussen de leiding van de vakbond en ons als autonome groep in de campagne. We hebben heel bewust geprobeerd die spanning steeds in stand te houden. Door enerzijds gewoon de dingen te doen waarvan we wisten dat meer rechtse krachten in de bond er niets van moesten hebben, en zo linkse bondskrachten een extra steuntje in de rug te geven. Die konden dan tegen hun baas zeggen: 'dat heb je nu eenmaal in een beweging, maar dan hoor je meteen ook wat er echt leeft! Dan heb je tenminste dynamiek, accepteer dat en maak er gebruik van.'
Zo konden we hen een heel klein beetje helpen bij de verandering van de bond van een oude, starre, witte mannen-club in een moderne dynamische intersectionele strijdorganisatie. De bond moest immers toch een beetje rekening houden met wat wij deden. De bond had groepen als de onze nodig, zoveel actieve afdelingen hadden ze niet om de #voor14 campagne tot een succes te maken. Maar wij moesten er ook voor zorgen dat we in de beweging bleven, onder meer door actief en solidair mee te doen aan veel activiteiten vanuit de campagne en de rest van de bond.
Die strategische spanning bleef, totdat de bond eind 2021 besloot om het 'community organizing' deel van de campagne de nek om te draaien. Daar komen we straks nog wel op terug. Wij hebben de spanning tot het laatst toe volgehouden, en hebben stiekem de illusie dat we gedurende twee jaar enige invloed hebben gehad in de bond, op niveaus waar we normaal geen toegang toe hebben, zonder er dus bewust op gericht geweest te zijn, of er veel tijd aan kwijt te zijn geweest. Geen ellenlange interne vergaderingen over structuren of machtsspelletjes met allerlei baasjes. Maar de kans is klein dat we dit ‘spel’ de komende jaren nogmaals zullen gaan spelen. De #voor14-campagne was een uitzonderlijk project – met een nieuwe generatie organizers – dat zich ook nog eens op het voor ons juiste moment aandiende. Daarbij stapelen voor ons als radicaal-linkse van onderop-activisten ook de negatieve ervaringen zich op, en is het misschien uiteindelijk simpelweg teveel gevraagd om nogmaals een eindje op te lopen met zo’n onbetrouwbare hiërarchische en vooral behoudende club.

Na de verkiezingen, najaar 2021

Ondertussen waren we na de zomer uitgenodigd door #Haarlemvoor14 om mee te doen aan het organiseren van een demonstratie in het najaar. Ook #Amsterdamvoor14 schoof aan, en al snel ontstond er een klein bovenregionaal netwerkje. Na de Haarlemse demonstratie in november kwam er ook nog één in Amsterdam, in februari. Het oorspronkelijke idee was om daarna ook demonstraties te organiseren in Rotterdam of Leiden, en misschien daarna in Den Haag en Nijmegen. Maar de puf was eruit. Wel was er in in Rotterdam eind maart nog een kleine demonstratie.

Dat de energie zo snel wegvloeide, kwam vooral ook door het besluit van de bond – plots na maanden van grote stilte – om zonder enig overleg met de beweging de organizers van het 'community organizen' af te halen en ze allemaal richting de sectoren te dirigeren. Eén van de effecten van het bevechten van een verhoging van het minimumloon per sector is natuurlijk dat de baanlozen buiten boord vallen. Die zijn immers afhankelijk van een verhoging van het landelijke wettelijke minimumloon. Terwijl de beweging praktisch organisatorisch gezien voor een flink deel gedragen werd door baanlozen, naast de organizers natuurlijk, werden die – niet toevallig – als eerste uit de boot gegooid door de bond. De geweldige, ver uitgewerkte 'community organizing' plannen die er lagen om de campagne juist uit te breiden, onder andere in de Bijlmer, werden in een la gelegd. We hadden in die periode overigens voor het eerst echt goed en veel contact met meer organizers die stuk voor stuk enorm teleurgesteld waren in het landelijke bondsbesluit. En die het bijna niet konden geloven dat er eerst opgeroepen werd om te bouwen aan een nieuwe, grote beweging om daarna net zo makkelijk weer van bovenaf de stekker eruit te trekken. Hoe groot is de geloofwaardigheid van de bond dan nog, vroegen ze ons retorisch.
Voor zover we kunnen overzien, bestaat de officiële #voor14 campagne nu voornamelijk nog op papier. De organizers zijn ondergebracht in diverse sectoren, en de eis van 14 euro wordt her en der bij cao-onderhandelingen wel ingewilligd, maar elders laat de bond hem net zo makkelijk vallen.

Effect campagne op de actiebeweging

Zichtbaar waren de #voor14-mondkapjes die je zag opduiken bij andere acties, van de diverse woondemonstraties tot bij de zwaar belaagde anti-Zwarte Piet-actie in Volendam. Maar dat niet alleen! Bijvoorbeeld in de slipstream van de campagne werd in Rotterdam de autonome vakbond Cultural Workers Unite opgericht, en sowieso kreeg concrete arbeidersstrijd door #voor14 een iets grotere rol in het denken in de actiebeweging. Daar bleef anti-kapitalisme tot dan toe vaak hangen in strijd tegen multinationals, en werd het veel minder direct gekoppeld aan het eigen financiële (over)leven. Activisten die zich organiseren op hun eigen arbeider zijn, dat zagen we voorheen niet vaak (behalve bij onze kameraden van Vloerwerk en de Radical Riders natuurlijk). Ook zonder de bond lijken in Rotterdam, Haarlem, Amsterdam en ook Leiden groepjes activisten de strijd rond inkomen voort te gaan zetten, maar niet meer per se onder de vlag van #voor14 of #voor15, waar ze uit voortgekomen zijn. Die groepjes bieden hoe dan ook perspectief op een nieuwe beweging en nieuwe discussies over hoe verder, hoe aan te kijken tegen de bondsmoloch met haar falen en toch ook altijd aanwezige potenties.

Van de bestaande radicaal-linkse organisaties deden er overigens niet veel mee aan de campagne. Het van onderop karakter, waarbij meer georganiseerd dan gediscussieerd werd, sloot dan ook niet echt aan bij de traditionele denk- en strijdwijzen van de meer socialistisch ingestelde clubs. En waarschijnlijk waren anarchistische groepen, bij wie die strijdwijze juist wel kon aansluiten, weer bang – en niet onterecht – dat de hiërarchische FNV-structuur dwars zou liggen. Bij Doorbraak zoeken we dat spanningsveld tussen autonoom opereren en contact houden met grotere hiërarchische organisaties en bewegingen, zoals gezegd, soms echter juist op vanwege de potenties die het biedt. Onder de deelnemers aan de campagne-afdelingen in het land bevonden zich veel kersverse activisten, maar helaas ook wel een flink aantal jonge aanhangers van autoritair communistische bewegingen met ideologieën waarvan je gehoopt had dat ze na decennia van linkse discussie wel eindelijk de geest gegeven zouden hebben. Destructieve ideologieën die echt van de aardbodem moeten verdwijnen, wil radicaal-links ooit nog een kans maken op serieuze hegemonie. Wat geenszins wil zeggen dat de betreffende activisten niet eveneens fijne, gedreven mensen kunnen zijn. Hoewel hun voortdurende pogingen om de demonstraties te domineren met hun rode partijvlaggen wel irritant waren. In plaats van hun massale zelfpromotie hadden we liever zelfgemaakte actieborden gezien met creatieve leuzen voor 14 euro erop.

Leiden en verder

Daar gebeurde na de zomer van 2021 niet veel meer rond de minimumloonstrijd, behalve het meehelpen organiseren van de Haarlemse demonstratie dan. Ruim een half jaar voordat de FNV de stekker eruit trok, was de Leidse afdeling al aan het aftaaien. We kwamen nog wel af en toe bij elkaar, maar dat was dan meer uit gewoonte en plichtsgetrouwheid dan dat de afdeling echt politiek nog leefde. Met de afdeling hadden we lokaal al wel meegedaan aan het organiseren van het Klimaatalarm en de Queer Pride March, en langzaam kwamen er uit de grote #voor14-vijver steeds meer andere groepjes tevoorschijn, waaraan nog meer nieuwe mensen mee gingen doen. Inmiddels hebben we ook een Woonrevolutie-demonstratie gehad in februari. Momenteel komen we weliswaar niet meer bijeen met #Leidenvoor14, maar zijn de sociale bewegingen in Leiden groter en dynamischer dan we gekend hebben de afgelopen twee, drie decennia. Dat heeft natuurlijk zeker niet alleen met #voor14 te maken, maar vooral met de tijdgeest. De afgelopen vijf jaar kenden massale klimaat-, Black Lives Matter- en woondemonstraties. #Voor14 bood aan activisten van die bewegingen de afgelopen twee jaar een soort lokaal condensatiepunt. De arbeidersstrijd is in Leiden momenteel iets op de achtergrond geraakt, maar er gaan geluiden op om die weer nadrukkelijker op te pakken. Dan niet per se meer rond #voor14, en zeker los van de bond.

We weten nog niet helemaal hoe we als Doorbraak verder gaan de komende tijd. In Leiden gaan we zeker onze rol blijven vervullen in de bredere beweging, en dat geldt natuurlijk ook in de andere steden waar we actief zijn. We blijven mee organiseren aan komende demonstraties en het steunen van kleinschalige arbeidersorganisatieprojecten die er inmiddels zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de Radical Riders. Ook weer zo’n strijd waarbij het initiatief van onderop komt en de bond zich gedwongen voelt te reageren, net als destijds bij de strijd tegen dwangarbeid en bij sommige lokale acties van #voor14. En daarnaast steunen we ook een kleinschalige lokale vakbond waaraan in de luwte gebouwd wordt. Het mooie van de dwangarbeid- en #voor14-strijdprojecten was dat beide óók geconcentreerd waren op het materiële overleven van tenminste enkelen van onze leden, én dat beide (#voor14 nog iets meer dan dwangarbeid) de mogelijkheid boden om lokaal te organiseren en macht op te bouwen in een landelijk verband. Dat brengt ook landelijk Doorbraak-activisten meer tezamen in een concrete, materiële strijd van onderop.