Welkom Overgenomen

Vijftig jaar Bijstandsbond

Sociale solidariteit is een keuze

Kitty Jong (1)

Allereerst natuurlijk ook mijn felicitatie aan de Bijstandsbond met het 50-jarig bestaan. Een halve eeuw ondersteuning van mensen in een kwetsbare positie. Of dit eigenlijk wel een felicitatie waard is, daar kom ik later op terug.

Mij is gevraagd om een bijdrage aan deze mooie dag te leveren, en te spreken over de toekomst van sociale solidariteit. Die bijdrage was gepland nádat de wetenschappers aan het woord waren geweest. Dat geeft mij gelegenheid om ook mijn verhaal voor de verandering eens wetenschappelijk te beginnen. Een poging daartoe te doen in ieder geval. Ik ga er wel af en toe met grote stappen doorheen.
Wat is sociaal en wat is solidariteit? En wat betekent de toekomst?

Eerst: wat is sociaal? Max Weber, de grondlegger van de moderne sociologie, definieerde sociaal handelen als betekenisvol handelen dat gericht is op anderen. Sociologie is in zijn ogen een wetenschap die sociaal handelen wil begrijpen en daardoor oorzakelijk verklaren. Daarvoor is het nodig dat we ons inleven. Ik doe natuurlijk totaal geen recht aan de heer Weber en de Sociologie, maar ik maak ervan dat: sociaal is dat we ons inleven in een ander én daarnaar handelen.

Wat is dan de wetenschappelijke definitie van solidariteit? De klassieke definitie komt van Emile Durkheim. Hij beschreef solidariteit als de samenhang tussen mensen die ontstaat door gedeelde normen, gedeelde waarden, afhankelijkheid en sociale relaties. Solidariteit is wederkerig, het is geen medelijden.

Tot slot, de toekomst. De toekomst is de tijd die voor ons ligt. De toekomst is het tegendeel van het verleden. De toekomst geeft nieuw kansen en mogelijkheden.

Als je dat allemaal bij elkaar voegt is de toekomst van de sociale solidariteit wanneer mensen zich in elkaar verplaatsen en hun handelen mede richten op anderen, waardoor een samenleving wordt verbonden door gedeelde waarden, onderlinge afhankelijkheid en wederzijdse verantwoordelijkheid. En dat in de toekomst, dus de tijd waarin je kunt breken met het verleden. Maar vooral leren van het verleden en het beter doen in de tijd die voor je ligt.

Het mooie aan deze definities is dat de wetenschap duidelijk stelt dat sociale solidariteit geen toeval is, geen initiatief van enkele individuen, maar een bewust keuze waar je als samenleving wel of niet voor kan kiezen. En dat iedere dag weer opnieuw.

Dat krijg je - per definitie - in je eentje niet voor elkaar. Solidariteit was - en is dat gelukkig vaak nog steeds - daarom grotendeels georganiseerd via instituties. Via vakbonden. Via woningcorporaties. Via collectieve verzekeringen. Via arbeidscontracten. Via een overheid die risico’s deels gezamenlijk draagt. Het heeft miljoenen mensen bestaanszekerheid gegeven. Het heeft armoede verminderd. Het heeft sociale mobiliteit mogelijk gemaakt: je kunt van een dubbeltje een kwartje worden.

In de praktijk zien we echter elke dag hoe die solidariteit afbrokkelt. Het journaal opent elke dag met de verschrikkingen rond de noodopvang van vluchtelingen, waar rechts-extremistische knokploegen brand stichten in een gebouw waar de mensen nog gewoon in zitten. Met als enige oogmerk de samenleving te ondermijnen. Waar zogenaamde ‘bezorgde burgers’ ongebreideld racisme verspreiden door - zonder werkelijke tegenspraak - te gillen dat dat hun dochters in gevaar zijn omdat er zwarte mannen in hun dorp komen wonen. Waar politieke partijen dit aanwakkeren of maar heel mager veroordelen om hun electoraat te bedienen. Maar vooral om de aandacht af te leiden van de werkelijke zorgen, die zij niet kunnen of willen oplossen, en die de samenleving ontwrichten.

En de zorgen zijn talrijk. De kloof tussen arm en rijk, die steeds wijder en dieper wordt. Steeds meer mensen worden dieper in de armoede gedrukt. En heel vaak zijn dat werkende armen, met een flexcontract en een veel te laag minimumloon. De zorg over de ouderenzorg die tot op het bod is uitgekleed, want uitgeleverd aan de markt. Mantelzorgers die in dat gat moeten springen, maar van ellende niet meer weten waar ze het zoeken moeten. Kinderopvang die te duur is, maar waar de aanvraag van de kindertoeslag te risicovol is. Jongeren die de druk niet meer aankunnen en in de WIA belanden. Waarbij een woning al helemaal uit zicht verdwijnt. Het sociale zekerheidsstelsel wordt uitgekleed, en verwordt tot een ministelsel. Waar uiteindelijk vooral ouderen, vrouwen, mensen met een chronische ziekte of met een arbeidsbeperking het slachtoffer van worden, voor zover ze dat nu niet al zijn. En dat alles in een tijdperk van digitalisering, AI en algoritmen, met hun parallelle universum, waarin de big tech-bedrijven leidend zijn en menselijkheid een steeds abstracter begrip is. En in een neo-liberaal politiek klimaat dat stelt dat ‘wie hard werkt vanzelf vooruitkomt. Problemen zijn je eigen schuld.’

Maar dat is flauwekul en ze weten het. Niemand bouwt zijn leven alleen. Bedrijven hebben mensen nodig. Die onderwijs hebben genoten, op kosten van de samenleving. Die hebben wegen nodig, bekostigd door de samenleving. Achter iedere gezonde werknemer staat gezondheidszorg. Achter iedere veilige samenleving staat collectieve inzet van politie en brandweer. Achter ieder mens staat – zichtbaar of onzichtbaar – solidariteit. De vraag is dus niet óf we afhankelijk van elkaar zijn. De vraag is: erkennen we die onderlinge afhankelijkheid, die solidariteit nog?

Steeds meer mensen werken als zelfstandige. Ook de platformeconomie verandert de arbeidsverhoudingen, niet ten gunste van solidariteit. Globalisering heeft economische kansen gebracht, maar ook onzekerheid. We worden ouder. We hebben meer zorg nodig. Het aantal werkenden ten opzichte van gepensioneerden daalt. En het vertrouwen in instituties en de politiek neemt af. Wie betaalt straks de zorg? Wie draagt de kosten van vergrijzing? Hoe organiseren we solidariteit tussen generaties? Hoe voorkomen we dat groepen tegenover elkaar komen te staan?

Waarom zou ik betalen voor een ander? is de vraag die steeds vaker dominant is. Een vraag die aangewakkerd wordt door de neo-liberalen, door polemisten, door haatzaaiers gevoed door eigenbelang en electoraal gewin. Het interview van Frenk van der Linden met Hans de Boer die mensen in de bijstand ‘labbekakken’ noemde staat mij nog altijd helder voor ogen. Ik leerde Hans de Boer een paar jaar later kennen in de SER, waar wij een tijdje samen in het bestuur zaten. Hij bleek best een aardige man. Maar hij was zelf een miljonair en bleef ter principale trouw aan zijn denkbeeld dat mensen in de bijstand terecht afgestraft moeten worden voor hun gebrek aan inzet. En dan druk ik me voorzichtig uit. Dat vertaalde zich onder zijn opvolger in een iets politiek correctere stelling dat ‘het bedrijfsleven de pinautomaat van de samenleving is’. Een iets beschaafdere toon, maar met dezelfde strekking: zorg maar voor jezelf, waarom moet het bedrijfsleven meebetalen aan het collectief. Iets waar politici op rechts al vele jaren naar luisteren en handelen. De vraag ‘waarom zou ik betalen voor een ander’ leidt echter uiteindelijk tot de aantasting van het fundament van de sociale samenleving. Van de sociale solidariteit.

Solidariteit betekent dat we erkennen dat ieder mens kwetsbaar kan worden. Dat gezondheid tijdelijk kan zijn. Dat werk onzeker kan worden. Dat pech bestaat. Dat kansen ongelijk verdeeld zijn. Een beschaafde samenleving organiseert daarom bescherming. Niet uit medelijden, maar uit rechtvaardigheid. Een samenleving waarin grote groepen structureel onzeker leven, wordt namelijk uiteindelijk instabiel. En dat kan het oogmerk zijn van sommige partijen in ons land en in de wereld; het is niet waar de meerderheid op uit is. Ik ben ervan overtuigd dat wij met meer zijn.

Dat besef en het besef dat sociale solidariteit geen natuurverschijnsel is, maar voortkomt uit keuzes die we elke dag opnieuw weer kunnen maken, maakt mij optimistisch voor de toekomst. Het bestaan van organisaties als de bijstandsbond sterkt mij in die gedachte. Maar ook de wetenschap staat aan onze kant, zoals ik in het begin van deze toespraak al probeerde aan te tonen. Het is waarschijnlijk niet voor niets dat solidariteit-ondermijnende partijen ook de wetenschap in twijfel trekken.

Het is vandaag een heuglijke dag, en we kunnen niet achterom blijven zien in wrok, hoewel daar uiteraard veel aanleiding voor is. Ik heb als portefeuillehouder sociale zekerheid - en de armoede die daarmee samenhangt - veel gezien en gehoord over wat een fundamenteel gebrek aan solidariteit in de samenleving veroorzaakt voor de mensen die niet voor een kwartje geboren zijn, of dat kwartje zijn kwijtgeraakt in de loop van hun leven. Het dagelijkse leed voor honderdduizenden in ons land is voor velen niet te bevatten. Letterlijk, niet te begrijpen. Als in: ze kunnen zich er geen voorstelling van maken.

En precies dat is wel de eerste stap als we Max Weber mogen geloven (en dat doen we): beleidsmakers en beslissingnemers die zich werkelijk proberen in te leven in wat mensen doormaken. Dat is waar solidariteit begint en er zijn ook wethouders die in hun gemeente daar serieus mee aan de slag gaan. Zich verplaatsen in een ander en ernaar handelen.

Dat handelen is geen geringe opgave. De sociale solidariteit is en wordt verwoest door de marktwerking in de zorg, de marktwerking in de woningbouw, bezuinigingen op onderwijs, cultuur en wetenschap, digitalisering, bezuinigingen op de sociale zekerheid, discriminatie op gender, handicap, kleur, godsdienst. Door de toenemende rijkdom van de welgestelden in ons land en daarmee ook hun politieke invloed. De persvrijheid staat onder druk en zelfs daar speelt de vraag ‘wie gaat ons betalen’? Ondermijning van solidariteit breidt zich ook uit via klimaatverandering (drie keer raden wie daar het hardst door getroffen worden), door geopolitieke conflicten waardoor mensen op de vlucht slaan. En natuurlijk door de arbeidsmarkt, waar vaste banen en eerlijk loon nog steeds onder druk staan. En dan ben ik nog lang niet volledig. Besluiten die in politiek Den Haag worden genomen, sijpelen door naar provincies, regio’s en gemeenten, waar lokale bestuurders worden gekort op hun budget en het verder uit mogen zoeken. Een ellenlange lijst van structurele problemen die opgelost moeten worden.

Maar het goede nieuws is dat ze opgelost kúnnen worden. Want de problemen zijn gevolgen van keuzes. Keuzes die ooit gemaakt zijn. Keuzes die teruggedraaid kunnen worden of bijgesteld. De neerwaartse spiraal waarin de sociale solidariteit zich momenteel bevindt kan worden gekeerd. Dat is geen geringe opgave, ik zei het al, en ik onderschat dat niet. Alleen al de marktwerking in de zorg terugdringen wordt een hele klus. Maar het moet.

Want waar velen zich namelijk afvragen: wie gaat dat betalen? is allang duidelijk wie dat zijn. Dat zijn de kwetsbaren in ons land. Die betalen al, alles al. Die betalen met hoge energierekeningen, met een kwetsbare gezondheid, met ongelijke kansen in het onderwijs en dus op de arbeidsmarkt, en met intergenerationele armoede. Oftewel armoede die van ouder op kind wordt doorgegeven. Waardoor de negatieve spiraal in stand blijft.

Maar ook onze samenleving betaalt al. We dreigen te verworden tot een maatschappij waar het recht van de sterkste, de rijkste, de grootste schreeuwer, de meest polariserende, en zelfs de meeste gewelddadige geldt. Waar dat in uit kan monden, daarvoor hoeven we echt niet naar de Tweede Wereldoorlog terug. We zien dat overal ter wereld gebeuren.

Maar goed, waar concreet te beginnen, wat is ons handelingsperspecief, wat kunnen we doen? Dat is de vraag. Om sociale solidariteit te herstellen is •. Radicale solidariteit nodig. En wel tussen gelijkgezinden. Want hoewel er veel organisaties en individuen zijn die hetzelfde denken over de problemen in ons land en soms zelfs over de oplossingen, vinden ze elkaar vaak toch niet. De optelsom van veel gelijkgezinden maakt echter nog niet dat sociale solidariteit gered is. Gelijkgestemden, zeker op links, vechten nog te vaak tot achter de komma hun – vaak ideologische – verschillen uit, hangen aan hun helden uit een ver verleden of zijn het wel eens over het doel, maar niet over het middel.

In 2019 organiseerde de FNV samen met onder meer Milieudefensie, Greenpeace, Oxfam Novib en de Goede Zaak de eerste grote klimaatmars, die zeiknat, maar ook episch was. Die mars kwam niet zómaar tot stand, want vakbonden en klimaatactivisten stonden daarvoor nog lijnrecht tegenover elkaar. Maar we hebben gezocht naar waar we het wel samen over eens waren, en vonden een gezamenlijke paraplu. Die van rechtvaardig klimaatbeleid. We lieten onze verschillen even voor wat ze waren, en richten ons op onze overeenkomsten.

En dat is precies wat nu ook moet gebeuren.

In mijn optiek is er eigenlijk maar één ding nodig om de toekomst van de sociale veiligheid zeker te stellen. En dat is moed. De moed om de waarheid onder ogen te zien. De moed om als gelijkgezinden de handen ineen te slaan. De moed om over je schaduw heen te stappen en elkaar te vinden op wat belangrijk is. En de moed om je uit te spreken over wat uitgesproken moet worden. De moed om in actie te komen. Kortom: de moed om een lijn te trekken, een rode lijn.

Politieke partijen, leden van vakbonden en milieuorganisaties, vrouwenorganisaties, jongerenorganisaties, antifascisten, de LHBTIQ-gemeenschap, mensenrechtenorganisaties, kerken, moskeeën, synagogen, humanitairen, belangenbehartigers: als zij samen in solidariteit een vuist maken, moet je eens opletten wat er allemaal tot stand gebracht kan worden. Stap voor stap, probleem voor probleem, oplossing voor oplossing.

En te beginnen bij de bijstand.

Er is iets dat zorgelijk buiten beeld blijft in de discussie over de kabinetsplannen rond WW en WIA. Namelijk dat zowel de verkorting van de WW-duur als die van de WIA zullen leiden tot meer mensen in de bijstand. De duur van de WIA is immers gekoppeld aan de duur van de WW. Hoe kariger de sociale zekerheid duurt, hoe langer er een beroep op het vangnet gedaan moet worden. En dat zijn twee verschillende dingen. De WW en WIA zijn werknemersverzekeringen waarvoor premies betaald zijn. De pot met premies bedraagt ongeveer 40 miljard, is helemaal niet van de overheid, maar die hebben hem wel toegeëigend. De bijstand wordt betaald uit algemene middelen, ons belastinggeld. Nog naast het feit dat de verkorting op de werknemersverzekeringen misbruikt worden door dit kabinet om hun financiële dekking op orde te krijgen in plaats van een solidair systeem om de rijken meer te belasten, zullen meer mensen in de bijstand raken. Meer ouderen, meer vrouwen, meer mensen met een chronische ziekte of arbeidsbeperking. Meer mensen die worden beboet als ze een vergissing maken, meer mensen die onheus worden bejegend, meer mensen in armoede, meer kinderen met minder kansen. En waar een staatscommissie allang heeft gesteld dat de bijstand te laag is, zal men niet geneigd zijn die te verhogen. Waardoor mensen het nog zwaarder krijgen. En de negatieve spiraal dieper naar beneden zal gaan. Dit is voor helemaal niemand goed en moet gekeerd.

Natuurlijk moeten we kappen met de sollicitatieplicht, er moet een regelvrije bijstand komen. De bijstand moet omhoog, voor iedereen, maar zeker voor gezinnen met kinderen. Maar er moet ook een verbod komen op dat mensen met chronische ziekte en een arbeidsbeperking ooit in de bijstand komen. Er is geld zat. En iedereen die zegt dat dat niet zo is, heeft ongelijk. En het moet: de samenleving staat op het spel.

Het is van het grootste belang dat de huidige kabinetsplannen van tafel gaan. Dat vrouwenorganisaties beseffen dat vrouwen hierdoor hard geraakt worden, want die zijn oververtegenwoordigd in de bijstand, dat de klimaatbeweging beseft dat meer mensen in armoede terecht komen en dus de omslag niet kunnen maken naar fossielvrij, dat jongerenorganisaties beseffen dat ouderen hun solidariteit nodig hebben, omdat ouderen helemaal niet altijd boomers zijn die hun huis te gelde hebben gemaakt en overwinteren in verre oorden. Dat vakbondsleden beseffen dat zij solidariteit moeten voorleven. En dat iedereen zich laat voorlichten over de feiten en cijfers. En door wie beter dan de bijstandsbond.

Al vijftig jaar bestaat de Bijstandsbond. Is dat een felicitatie waard? Jazeker is dat het. 50 jaar van niet aflatende solidariteit met mensen in een benarde situatie. 50 jaar niet alleen maar praten, maar ook doen. 50 jaar van samenwerking, binnen en buiten de organisatie. 50 jaar van streven naar rechtvaardigheid.

Maar misschien dekt een felicitatie de lading niet. Wat ik eigenlijk voel is dankbaarheid. Dat jullie er zijn. Dat jullie niet opgeven en blijven geloven in een betere toekomst. Voor mensen in de bijstand is de Bijstandsbond een baken. En een baken met een moreel kompas is wat we nodig hebben. Ik wens óns nog vele jaren toe met jullie als ons lichtend voorbeeld.

(1) Kitty Jong is voormalig vice-voorzitter van de FNV. Bijdrage aan het jubileum van de Bijstandsbond in Amsterdam op 22 mei 2026.