Hans Boot
Kort na de eerste informatie over 'de crisis' binnen de FNV-gelederen, schreef de redactie van webzine Solidariteit, 9 februari jongstleden: Het trieste is dat degenen die de FNV besturen, zich nauwelijks onderscheiden van om de macht twistende ondernemers en politici. Hier en daar was zelfs de bijna koninklijke term 'paleisrevolutie' te horen. Nu de ellende naar buiten is gebracht met 'goeden' en 'kwaden' kunnen de leden van zich laten horen. Zij het in eerste instantie via kanalen waardoor heel wat crisiswater stroomt. Vervolgens kunnen ze onderling bruggen bouwend een eigen strijdbare koers inzetten.
Een redelijke voorspelling die door Solidariteit in de rubrieken 'commentaar', 'extra' en 'overgenomen' is uitgewerkt. Binnen de bestaande organisatiestructuur van de FNV is met name het Ledenparlement zeer betrokken, terwijl de diverse besturen inmiddels verdwenen zijn. Een ledeninitiatief is te vinden bij FNV Democratisch ("democratie is noodzakelijke zuurstof"). Blijft staan de informatie aan 'het gewone lid': deze is en blijft uiterst mager.
Eén ontwikkeling en met name de gevolgen daarvan, had de redactie niet verwacht: de inschakeling van de Ondernemingskamer, een onderdeel van het Gerechtshof Amsterdam.
Dit breed gedragen initiatief komt van de 'werkorganisatie', een onderdeel van de FNV dat meer dan dienstbaar is aan de activiteiten van onder meer de verschillende sectoren. Zij joeg de crisis aan met bezwaren tegen de besturing van de FNV - later 'governance' genoemd - en kritiek op de tekortschietende sociale veiligheid. Overigens een gebrek dat nauw samenhangt met de sociale fricties als gevolg van de hiërarchie en bureaucratie van de FNV, waaraan ook de werkorganisatie zich niet kan onttrekken.
De stap naar de Ondernemingskamer is ingrijpend, omdat deze niet alleen als taak heeft (juridische) geschillen in Nederlandse vennootschappen [en organisaties in het algemeen] te beoordelen, maar het recht heeft tot bindende uitspraken te komen.
Op 25 juni 2025 mondde dat uit in de tijdelijke benoeming van twee nieuwe leden in de schrale Raad van Toezicht van de FNV. Zij, Asscher en Heerts, respectievelijk prominent PvdA bestuurder en oud-voorzitter FNV, kregen een beslissende zeggenschap over nieuwe verkiezingen van zowel het bestuur als de voorzitter van de FNV. Daarnaast dienden zij te adviseren over mogelijke verbeteringen in de interne organisatie van de FNV. En dat gebeurde. Vriendelijk, maar onverbiddelijk.
De inschakeling van de Ondernemingskamer komt neer op de uitbesteding van 'de oplossing' van de crisis. Op het eerste gezicht misschien een teken van kracht: 'het recht staat aan onze kant en zal onze opstelling bevestigen en rechtvaardigen'. In werkelijkheid is het een uiting van onvermogen die verder reikt en in Solidariteit (commentaar 15 juni 2025) uitgewerkt als een bestaanscrisis. Toegelicht door recente cijfers, CBS, over een aanzienlijk ledenverlies: in 2020 ruim een miljoen leden en recent rond de 850.000. Daarnaast een daling van de organisatiegraad, inclusief het CNV, rond 1980: 35 en 2024: 15-16 procent. Deze cijfers staan steeds weer ter discussie, ze worden bij voorkeur uit de openbaarheid gehouden, waarbij incidentele stijgingen breed uitgemeten worden.
Ze zijn echter niet te miskennen. Pogingen falen om het tij te keren, de druk op bestuurders en alle anderen die loonafhankelijk zijn van de FNV neemt toe, ontslagen dreigen of vinden al plaats. Voor zover het ANWB-model ter discussie stond, lijkt het de redding. Samenwerking met de overheid en (georganiseerde) ondernemers, tenminste wanneer zij de vakbeweging als een 'sociale partner' van belang vinden. Niet zo maar, ze zullen daar inhoudelijke voorwaarden aan verbinden. De enigen die zo'n koers van 'coöptatie' kunnen verhinderen, zijn de leden. Hun dalende aantal en teruglopende organisatiegraad zijn dan ook alarmerend en dragen bij aan wat de (beleids)crisis van de FNV wordt genoemd. De heren Asscher en Heerts, karakteristieke meedenkers, zullen dan ook niet bevorderen dat de leden het eerste en laatste woord over het beleid zullen en kunnen spreken. Hun bedrijfsvriendelijkheid biedt slechts een crisisoplossing, waarin de FNV het centralistische type democratie zal moeten koesteren.
De directeur van de Burcht, wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging, Saskia Boumans, sprak in een brief aan Asscher en Heerts, 19 november 2025, niet letterlijk over een 'bestaanscrisis'. Haar zorgen over de benadering van de 'FNV-crisis' door de twee 'professionals' zijn er echter niet minder om. Ze spitsen zich toe op de voorgestelde hervorming van de bestuursstructuur. Twee citaten:
* Ons inziens is de crisis waar de FNV in zit niet uniek en ook niet ‘pas’ een jaar oud. Veranderde machtsverhoudingen in de politieke economie en de samenleving zorgen ervoor dat vakbonden in alle democratisch kapitalistische landen zichzelf moeten herpositioneren. De huidige crisis is ons inziens een uiting van het zoeken naar die herpositionering en de spanningen die hier onvermijdelijk bij horen. De oplossing voor deze spanning wordt nu vooral gezocht in het verplaatsen van bevoegdheden naar een niet-democratische (...) Raad van Toezicht.
* We zijn (....) bezorgd over de manier waarop het proces gestalte heeft gekregen, en over de vermindering van invloed van leden binnen de vereniging en de toename van bevoegdheden van de Raad van Toezicht, zoals neergelegd in de herziene statuten.
Deze brief verschijnt ruim een halfjaar na de eerste zitting van de Ondernemingskamer. In de periode tot de komende derde zitting, 17 december aanstaande, keerde het Ledenparlement zich tegen de plannen van Asscher en Heerts die de democratie van de FNV willen 'professionaliseren'. Anders gezegd: de directe invloed van de leden terugdringen en voor een groot deel overdragen aan de Raad van Toezicht met professionele bestuurders met weinig of geen vakbondservaring.
In diezelfde tijd ontwikkelt het Ledenparlement zijn standpunten tegenover deze ontmanteling van de democratie. Dat gebeurt door uitvoerige interne discussies die, naast de raadpleging van advocaten, uitmonden in ingediende moties die met een grote meerderheid van zijn leden worden aangenomen. Kort samengevat: behoud van gekozen bestuurders en Ledenparlement, al of niet als Bondsraad aangeduid, en versterking van de sectoren.
Een bijeenkomst met Asscher en Heerts, 5 december jongstleden, maakte duidelijk dat zij hun standpunten niet wensen aan te passen. In dat opzicht kan van een patstelling gesproken worden die het Ledenparlement niet aanvaardt en tracht te doorbreken, zij het zonder een confrontatie aan te gaan. Mogelijk beïnvloed door kritiek uit de sectoren die niet 'enthousiast' zijn over de betrokkenheid van de leden en betreuren dat zij een marginale rol spelen.
Tja, zeker nu de informatie steeds meer uit vertrouwelijkheid verstrekt wordt, dreigt een kwalijke vicieuze cirkel: kritiek op gebrek aan belangstelling, terwijl de verstrekte informatie selectief is. Ook voor de redactie van Solidariteit is dat soms een dilemma: uitsluiting van informatie met als gevolg dat het moeilijker wordt de actuele ontwikkelingen te kunnen beoordelen. Hoe dan ook, we zijn niet bereid te schipperen, echter zonder te kunnen weten of we daar al mee bezig zijn.