Welkom Extra's Dossier FNV, onderweg

Onderweg naar een strijdbaar vakbondsperspectief

Andere democratie voor een nieuwe vakbeweging

Sjarrel Massop

De FNV is in een nieuwe fase gekomen na de uitspraak van de rechter van de Ondernemingskamer (30 december 2025). De tijdelijke toezichthouders, Asscher en Heerts, kregen een verregaand mandaat om de 'FNV crisis' te bezweren en presenteerden het plan Voor de toekomst: Een sterke FNV!. Ze hebben het recht een nieuw bestuur te formeren en de statuten te wijzigen. Dat bestuur krijgt de vrije hand en hoeft nauwelijks verantwoording af te leggen aan het Ledenparlement, in de toekomst de Bondsraad geheten. De vakbondsdemocratie is dan ook in een precaire situatie gekomen die doorbroken moet worden.

Eerder (C554) bespraken we enkele ontwikkelingen die een verklaring bevatten voor de crisis waarin de FNV terecht is gekomen. Samengevat: veranderde samenstelling van de arbeidersklasse - toenemende informalisering en precarisering - groeiende economische veranderingen en gewijzigde functionering van het kapitaal. Bij elkaar: een al meer dan veertig jaar durend neoliberaal offensief dat leidt tot ondermijning van de vakbeweging en haar werkwijzen. De discussie over een andere democratie kan niet wachten tot een nieuw bestuur geformeerd is. De tijd dringt en doet dat eigenlijk al jaren.

Ingrijpende veranderingen

Titel pagina fabriekswerk met gele helm

Vakbonden zijn verenigingen met leden die zeker voor de democratie van de vakbeweging, veruit de belangrijkste groep vormen. Een vakbond komt traditioneel op voor de werkende mens, met zijn of haar arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Als er gesproken wordt over de kwaliteit van de arbeid, dan horen daar de arbeidsverhoudingen en de arbeidsinhoud ook bij ('de vier a's'). Deze laatste twee a’s horen tot het primaire werkveld van het management.

Hier eerst aandacht voor de arbeidsvoorwaarden (waaronder het loon) en de arbeidsomstandigheden. Zij vormen het primaire werkterrein van de organisaties die de belangen behartigen van de werkenden. Hoe staat dat 'werkterrein' er voor en kunnen de werkenden aangeduid worden als 'arbeidersklasse'?
De socioloog Fabian Dekker heeft daar recent onderzoek naar gedaan en dat vastgelegd in zijn boek Fabriekswerk. (1) Zijn conclusie is dat de arbeidersklasse daadwerkelijk nog bestaat, zij het niet meer als 'het proletariaat'. De industriële fabrieksarbeider is er nog terdege, alleen zijn of haar werk is veranderd en meegegaan in een ingrijpende verandering in de productie voor het kapitaal. Veel arbeid is weggesaneerd door technologische vernieuwingen, het traditionele vakwerk is overgenomen door machines: geautomatiseerd. Daarnaast wordt de fabrieksarbeid anders ingericht. Productiewerk is niet meer geïntegreerd, dat wil zeggen vindt niet meer plaats op één locatie. Onderdelen van bijvoorbeeld automobielen komen uit het buitenland en veel arbeid die niet direct met de productie te maken heeft, is uitbesteed aan buitenfirma’s.

Grafiek dalende organisatiegraad onder 25 en alle. Onder 25 daalt sterker
Bron Vakbond Historische Vereniging

Dit heeft geleid tot een decimering van de arbeidersklasse en andere vormen van arbeid die te typeren zijn als 'precaire arbeid'. De bijbehorende 'klasse' kan als het 'precariaat' aangeduid worden: losse arbeid(st)ers, met slechte contracten, zonder secundaire arbeidsvoorwaarden, onderbetaald - schijn zelfstandigen. De internationale vakbeweging onderschatte helaas deze ontwikkeling die dan ook één van de redenen is dat de organisatiegraad van de vakbeweging sterk is gedaald.

Sluiting kolenmijnen

De sociologe Arlie Russell-Hochschild heeft glashelder een ander gevolg beschreven. (2) Haar boek gaat over de sluiting van de steenkolenmijnen in Kentucky, Verenigde Staten, en de ontwrichting van de gemeenschappen die daarvan het gevolg is. Ook het kapitaal aldaar heeft geen enkele boodschap aan de sociale gevolgen van de ontmanteling van complete industrieën. Veel Amerikanen ontleenden hun trots aan de 'American Dream', een perspectief dat voorspoed en bestaanszekerheid bracht. Met de verdwijning daarvan heeft hun gevoel van trots omgezet in een gevoel van schaamte, schrijft Arlie. Een schaamte die hen in de armen van extreem rechts dreef.
De sociale bewegingen, met op de eerste plaats de vakbeweging, hebben het schromelijk laten afweten en de rekening daarvan betaald gekregen. Wanneer de internationale vakbonden, inclusief de Nederlandse, het roer niet drastisch omgooien en blijven falen in de belangenbehartiging van werkenden en niet meer werkenden, kunnen ze zich voorbereiden op hun doodstrijd.

Democratische vakbeweging/samenleving

Titelpagina Mondige burger, stille werker

Het is noodzakelijk dat de FNV minstens haar leden terugwint, kwantitatief en kwalitatief, en zorgt voor een nieuwe aanwas. We, mensen met een vakbondshart, zien dat als een strategie van overleving die een anders denken en een democratische aanpak vereisen. Een fiere arbeidersklasse die zich verbindt aan een kwetsbaar precariaat, kan - om te beginnen - perspectief bieden aan een democratisch en waarlijk sociaal Nederland. Dat kan dus niet met een vakbeweging die eens in de vier jaar haar beleidsmakers kiest. Nodig is een vakbond die de mensen in beweging brengt en voor zichzelf laat opkomen. De emancipatie van de arbeidersklasse en het precariaat moet het werk van de arbeidersklasse en het precariaat zelf zijn.

De Belgische sociaal wetenschapper Stan de Spiegelaere heeft daar onderzoek naar gedaan. (3) Zijn belangrijkste conclusie is dat zonder zeggenschap op de werkvloer ook de politieke democratie 'hol en onvolledig' blijft. De kracht van zijn betoog is dat hij probeert de dominantie van het management te doorbreken en diens beleid onder democratische voorwaarden te brengen.
Wat betekent dit? De problemen van de arbeidersklasse beperken zich niet tot arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Een nieuwe strategie is nodig die zich zowel richt op de organisatie van de arbeid (arbeidsinhoud) als op de relatie met het kapitaal/de aandeelhouders (arbeidsverhoudingen). Stan verwijst naar de eerder genoemde, groeiende economische veranderingen met een dominantie van het kapitaal en het al meer dan veertig jaar durende neoliberale offensief dat de vakbeweging ondermijnt. Ook is hij van mening dat de gedemocratiseerde vakbeweging bij zal dragen aan de democratisering van de gehele samenleving. Helaas geeft hij onvoldoende aandacht aan de ontstane tweedeling in de arbeidersklasse met de opkomst van het precariaat en dus de veranderde samenstelling van 'het proletariaat'.

Hoe?

Een belangrijke voorwaarde voor de gedemocratiseerde vakbeweging is om op een volstrekt andere manier met de (potentiële) achterban te gaan communiceren. De praktijk leert dat veel informatie en discussies binnenskamers worden gehouden om de (onderhandelings)positie van de vakbond niet te verzwakken. Een democratische vakbond is echter een open vakbond waarin de leden goed op de hoogte worden gehouden - openheid van zaken dus!

In de politieke wereld wordt hier en daar geëxperimenteerd met het 'burgerberaad': willekeurige mensen worden gehoord over breed levende kwesties in de samenleving. Willekeurig wil zeggen dat het niet om burgers gaat met een 'hoge' opleiding en bepaalde privileges. Nee, het moeten 'de gewone burgers' zijn die via een loting het debat voeren over hoe hun samenleving eruit moet zien. Eva Rovers heeft de opgedane ervaringen, Europees breed, beschreven.(4)
Is een 'vakbondsberaad' mogelijk? Waarom niet? Het Ledenparlement, de toekomstige bondsraad, zal zeggen dat daar de controle van het beleid dient plaats te vinden. Dat is terecht en dat hoeft niet te veranderen, maar dan wel onder de voorwaarde dat democratisch gekozen organen hun vrije mandaat loslaten. Wezenlijk is dat niet alleen vastgesteld wordt hoe de gewone leden denken over het aan de orde zijnde beleid, maar dat hun standpunt gevolgd wordt. Dat is immers democratie: demos (het volk) en kratein (heerst). Geen enkele aangepaste 'governance' kan dit realiseren.

Titelpagina Waarom we de politiek niet allleen aan politici kunnen overlaten Titelpagina Nu is het aan ons>

(1). Dekker, Fabian, (2024), Fabriekswerk, over de vergeten arbeidersklasse.
(2). Russell Hochschild, Arlie, (2024), Gestolen Trots, de verloren droom van rechts Amerika.
(3). Spiegelaere de, Stan, (2025), Mondige burger, stille werker, waarom de redding van de democratie begint op het werk.
(4). Rovers, Eva, (2022), Nu is het aan ons, oproep tot echte democratie en (2025), Waarom we politiek niet alleen aan politici kunnen overlaten, pleidooi voor een derde kamer.