Partij en vakbond
Perspectief voor een andere vakbond
Sjarrel Massop
De Nederlandse vakbeweging, vooral de FNV, heeft een nieuw perspectief nodig. Bijna een jaar moddert de bond met een stevige crisis. Wat is er fout gegaan, waardoor is er een lelijke impasse ontstaan en vooral hoe verder?
De uitvlucht om via de Ondernemingskamer de crisis te bezweren en een nieuwe besturingsvorm in te voeren, zal in de praktijk weinig soelaas bieden. De politiek heeft de overhand gekregen over de vakbonden. Als gevolg daarvan zal de vakbeweging stappen terug doen, in plaats van er op vooruit te gaan.
Een kritisch en strijdbaar perspectief, waar webzine Solidariteit al jaren voor pleit, is een noodzakelijkheid. Dat betekent in eerste instantie een samengaan van debat tussen de vele betrokkenen en het voeren van nieuwe acties en het opdoen van strijdervaringen. Kortom, een verbinding tussen theorie en actuele praktijk.
Solidariteit heeft na FNV onderweg een nieuw dossier gestart. Dit hebben we aangekondigd bij de werkgroep "FNV, democratisch". Gezien het stijgende aantal (gratis) abonnees is dit in goede aarde gevallen. Dat betekent voor de redactie om de eerste stappen te zetten voor een nieuw dossier.
Tegenstellingen
Waar liggen de spanningsvelden?
- Om te beginnen: in de verhouding tussen partij en vakbond.
Politieke partijen proberen de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden via de politieke weg te veranderen. Ze zijn dan volledig afhankelijk van de machtsverhoudingen die ze slechts door overleg en lobbyen kunnen beïnvloeden.
Die verhoudingen zijn zeker vandaag niet gunstig voor het bereiken van resultaten om de bestaanszekerheid van de arbeidersklasse en het precariaat te verbeteren. Dat is en blijft echter de taak van de vakbond. - Tussen politiek en economie.
De politiek streeft naar gedeelde macht, eventueel in de vorm van coalities. Macht om het voor de werkende mensen mogelijk te maken dat bijvoorbeeld inkomen en rusttijden voldoende zijn om een goed leven te kunnen leiden.
De vakbonden proberen door zelforganisatie en eigen middelen (staken) hun positie te verbeteren. Ze zijn meer gericht op het huishouden (de economie) om concreet voor de eigen belangen op te komen. De leden zijn daarin de machtsfactor.
- Tussen subject en object (door en voor)
Dit is een moeilijke en oude discussie die steeds weer oprakelt. Positief is dat de vraag over het al of niet bestaan van de arbeidersklasse opgelost is. Ze bestaat nog! Dat betekent dat er redenen zijn om haar belangen te behartigen en daar waar nodig is er strijd voor te voeren. De belangen kunnen voor de klasse worden opgelost door deskundigen, buitenstaanders, 'de politiek' en vakbondsbestuurders. Voor deze groepen zijn de belangen het 'voorwerp' (object) van hun activiteiten. Maar zij hebben ook andere belangen, zoals macht, positie en eigen inkomen. Dat maakt de groep bevattelijk voor het doen van concessies: 'we hebben het maximale eruit gehaald, er zat niet meer in! We doen het toch voor jullie!' Deze groep bestaat uit bezoldigde politici en vrijgestelde vakbondsleiders.
De georganiseerde arbeidersklasse (subject) kan het heft in eigen hand nemen. De belangenbehartiging wordt dan door de mensen zelf gedaan, ze proberen loonsverhoging af te dwingen, bijvoorbeeld door actie te voeren en te staken.
De balans tussen deze tegenstellingen is doorgeslagen naar 'partij, politiek en object'. Het belangrijkste gevolg is dat leden (en niet-leden) gedesillusioneerd raken over de vakbeweging. De leden gaan stemmen met de voeten en keren hun eigen vakbeweging de rug toe.
Nieuwe crisispunten
De verhoudingen tussen arbeid en kapitaal, zijn de afgelopen decennia ingrijpend veranderd en blijven in ontwikkeling. Een verkenning daarvan is bij Solidariteit te vinden (e552-1) Hier een korte samenvatting:
- Veranderde samenstelling van de arbeidersklasse - de arbeids(ver)deling heeft tot een andere economische structuur geleid.
- Toenemende informalisering en precarisering, waardoor zich een tweedeling in de arbeidersklasse aftekent.
- Economische veranderingen, het kapitaal functioneert anders, de arbeidersklasse heeft er nauwelijks greep op.
- Een neoliberale offensief heeft geleid tot de ondermijning van oude vakbonden en hun werkwijzen.
Over deze veranderingen is nog heel wat onderzoek en discussie nodig. Ze zijn ingrijpend voor de genoemde tegenstellingen en hoe daarmee om te gaan. De praktijk laat al zien dat voor veel mensen de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden verslechteren. Er ontstaat zelfs een tweedeling tussen wat we de traditionele arbeidersklasse noemen en wat met het precariaat wordt aangeduid. (e486-2)
Kloof dichten
Deze crisisgevoelige ontwikkelingen leiden tot verdeeldheid binnen de vakbeweging. In het recente verleden heeft dit al geleid tot 'spanningen' die de vakbeweging geen goed hebben gedaan. De strijd om de zorg, de strijd om de democratie binnen de Abvakabo FNV ('kloofdichters') en de pensioenstrijd waren niet gevrijwaard van interne spanningen en tegenstellingen.
Op de keper beschouwd is het gerezen conflict over de sociale veiligheid en de aansturing (governance) binnen de FNV te herleiden tot de eerder besproken tegenstellingen. Het is een grote fout geweest om buitenstaanders (Raad van Toezicht en Ondernemingskamer) het conflict te laten oplossen. Het drijft de mensen die actief zijn in de vakbeweging en degenen die er werkzaam zijn uit elkaar. De verhouding tussen de top van de vereniging en de top van de werkorganisatie moet worden hersteld. De keuze die gemaakt is om de structuur van de vereniging aan te passen zal niet werken. Het zal de vereniging op afstand zetten, de sectoren nog verder tegen elkaar uitspelen en de verbindingen met de sociale bewegingen verzwakken.
Voorwaarde voor een nieuwe en sterke vakbeweging is het herstel van de verbinding van alle politieke activiteiten voor de arbeidersklasse met de economische strijd zoals die gevoerd moet worden door de arbeidersklasse zelf. Het gaat om veel, ook om de verbindingen van de arbeidersklasse met alle bewegingen die zich bezighouden met ecologische, sociale, culturele, emancipatoire achterstelling en de onveiligheid en bestaansonzekerheid van mensen uit de arbeidersklasse die niet meer werken.
Kortom met als uitgangspunt: vakbondswerk aan de basis, activerend vakbondswerk en de democratisering van de vakbonden.


