Welkom Extra's "Groenstaal Plus"

Een ongewisse toekomst

Hoe verder met een staalbedrijf in de IJmond?

Sjarrel Massop

De discussie over een verdere toekomst voor een Nederlands staalbedrijf, te weten de Hoogovens in IJmuiden, is in volle omvang losgebarsten! Vooral tegenstanders sluiten die toekomst uit. Ze geven daar uiteenlopende redenen voor. Het gaat dan vaak om mensen die op afstand vanuit een rationaliteit kijken naar de tot een gigant uitgegroeide onderneming. Tegelijkertijd kijken anderen met weemoed naar de actuele ontwikkelingen in de IJmond van een bedrijf met een geschiedenis van meer dan honderd jaar. Hun emotionaliteit kan en mag niet uitgevlakt worden.

Het Hoogoven schaaktoernooi in Wijk aan Zee was, voor mij, vaak aanleiding om het duin op te klimmen om naar de gigant te kijken. Ik was een matig schaker, dus er was heel wat te beleven. Begin mei 1981, net afgezwaaid uit de militaire dienst, ging ik als volstrekt buitenstaander met de bus vanaf het Marnixplein in Amsterdam naar Beverwijk en zag dat er een Wervingskantoor van de Hoogovens was. Ik naar binnen: "hebben jullie werk voor me? Dat was er voor een paar weken, in de tweeploegendienst op de Blokvormengieterij. Ik was dus binnen.

Terugkijkend grijpt het me nog steeds aan. Het was liefde op het eerste gezicht, niet alleen vanwege het bedrijf, ook vanwege de mensen. Binnen een maand had ik een baan als arbeider in een heuse fabriek en was per 1 juni 1981 lid van de vakbond. En daarmee was ik ook een onderdeel van een gemeenschap die zich uitstrekte van Den Helder via Amsterdam naar de Bollenstreek. Ik heb er twintig jaar gewerkt, onder andere op Kooksfabriek 1 in de gasreiniging.
Afgelopen voorjaar waren we met vrienden aan het wandelen in de buurt van Wijk aan Zee. Natuurlijk klom ik na 45 jaar weer het duin op. Ik kon er niet blijven, het emotioneerde me enorm. Heimwee en nostalgie, de liefde is gebleven. Ik vermoed dat het voor altijd is!

Foto installatie in Hoogovensmuseum
Bron: Hoogovenmuseum
.

Verbondenheid en rationaliteit

De betrokkenheid is niet beperkt gebleven tot een gevoel van verbondenheid. Het fenomeen staal maken, behoeft veel rationaliteit. Staal heeft op vele gebieden: economie, sociaal, cultuur, politiek, en klimaat een grote, niet te onderschatten invloed op de samenleving. Dat was niet alleen in het verleden zo, dat is nog steeds het geval. We hebben auto’s, we gebruiken witgoed, koelkasten, diepvriezers, (gas)fornuizen, fietsen en paperclips. We wonen in huizen die stabiel blijven met betonstaal, we drinken en eten uit blik. We hebben lantarenpalen, vangrails en radiatoren. Allemaal van staal, waarvoor het bedrijf in IJmuiden een bijdrage aan de samenleving levert van ongeveer zes miljoen ton per jaar.
De grootste nog overgebleven elektrische energiecentrale van Noord-Holland, de oude PEN centrale, stookt op kooksgas. Toen er nog geen aardgas uit Groningen kwam, kookten veel huishoudens in Noord-Holland met kooksgas. En om in onze tijd te blijven: Nederland heeft twee, weliswaar grijze, waterstoffabrieken die samen op het terrein van het staalbedrijf staan. Al bijna honderd jaar. Ze heten: Kooksfabriek 1 en 2 - kooksgas bestaat overigens voor 70 procent uit waterstofgas.

De plaatsing van een staalindustrie in Nederland rond 1910 had een sociale en vooral economisch en politieke reden. Er was veel behoefte aan staal - nog steeds - en de IJmond was daarvoor een uitgelezen gebied. Een open zeehaven voor de aanvoer van grondstoffen (ijzererts en steenkool, de kolen uit de Limburgse mijnen waren niet erg geschikt) en de afvoer via de rivieren en het Amsterdam Rijnkanaal naar het achterland voor de verwerking.
Het bedrijf zorgde ook voor veel werkgelegenheid. In de beginjaren tachtig van de vorige eeuw werkten er nog zeker 25.000 mensen op de Hoogovens. Het was een zogenaamd geïntegreerd staalbedrijf. Alle diensten, onderhoud, schoonmaak, catering, administratie, verkoop, intern transport, research en ontwikkeling, vielen er onder. Tegenwoordig zijn al die activiteiten uitbesteed aan buitenfirma’s en zijn er nog slechts zo’n negenduizend mensen werkzaam bij het bedrijf.

Neoliberalisme

"Hoogovens" heeft lang voor de Nederlandse industrie, in opkomst, een belangrijke functie gehad. Denk aan de scheepswerven, de (weder op)bouw, de infrastructuur (het spoor) en het werktuig voor de bouwkunde. De bijproducten waren welkom: cement, elektriciteit, kunstmest, staalslakken voor de wegen en gas. De reden voor de overheid, landelijk en Amsterdam, om een stevige vinger in de pap te houden, zorgde voor de continuïteit. De beginjaren tachtig van de vorige eeuw zorgden voor een kanteling: het neoliberalisme. De overheid trok zich langzaam terug, het bedrijf zocht toenadering tot partners voor een mogelijke fusie en samenwerking. Eisen voor milieu en klimaat werden verscherpt, terecht overigens.
Dit had gevolgen voor de bedrijfsstructuur. Productielijnen verdwenen (staaf- en draadlijn, dikke plaat- en blokwalserijen) en een vernieuwde technologie kwam op: continu gietmachines, oxystaalfabriek, dompelverzinklijnen.

Fusies met andere staalbedrijven, eerst met het Duitse Hoesch in Estel, daarna met Britisch Steel in Corus, zorgden ook voor een koerswijziging. Economisch kwam het bedrijf losser van de overheid te staan en er ontstonden ander bedrijfsculturen: rationeler, zakelijker en meer gericht op resultaten. De vakbond verloor aan kracht, gemeenschappen werden losser.

Vanaf het prille begin was er zorg voor de omgeving. Die bestond uit huisvesting, gezondheidszorg, sociale zekerheid, (eigen pensioenfonds, eigen medische dienst, brandwondencentrum) arbeidsomstandigheden, veiligheid en omgaan met chemische stoffen, en stofbestrijding.
Al deze ontwikkelingen spelen al zeker zestig jaar. De laatste jaren, toen het bedrijf losser van de samenleving raakte, zijn deze ontwikkelingen erg geaccentueerd. Dat is gedeeltelijk terecht, zeker gezien de klimaatontwikkelingen, maar voor de Nederlandse samenleving zijn er ernstige kanttekeningen te maken!

Perspectief

De filosofie en de systeemtheorie hanteren het principe: Het geheel is meer dan de som der delen - dit wezenlijke uitgangspunt moet leidraad worden om na te denken over een perspectief voor strijd voor het bedrijf.

In de discussie hierover, verkend in het dossier Groenstaalplus, zijn de volgende onderdelen benoemd: tijd, geld, energie en aansturing, (e529-4).
Van belang is te weten dat "Groenstaalplus" uitgaat van een andere manier van staal maken, namelijk door middel van waterstof. Technisch is dit mogelijk, de reductie van ijzererts vindt niet via koolstof plaats, maar door middel van waterstof. Problemen met het klimaat (uitstoot CO2) en de gezondheid (stof, longziektes) worden daarmee opgelost.

Hier wat meer details over de genoemde onderdelen:

- Tijd.

Het kan in twee fasen; eerst sluiting van Kooksfabriek 2 en Hoogoven 7 en dan de sluiting van Kooksfabriek 1 en Hoogoven 6. Daarvoor komen in de plaats: een installatie voor staal maken met waterstof (DRI), het maken van hoogwaardige staalsoorten en het smelten van schrot: een zogenaamde vlamboogoven (EAF). Dit kan zonder al te veel capaciteitsverlies in vijf jaar gerealiseerd worden.

- Geld.

De vuistregel voor deze omschakeling is dat voor een capaciteit van 1 miljoen ton staal 2 miljard euro nodig is. Het huidige bedrijf heeft een capaciteit van 6 tot 7 miljoen ton op jaarbasis, dus de gehele operatie kost minimaal 12 miljard euro. Nota bene, de schatting voor de sanering van het bedrijf kost zeker 10 miljard euro.

- Energie.

Staal maken kost veel energie, traditioneel komt dat via steenkolen. In de nieuwe situatie is echter waterstof de energie leverancier. Waterstof verplaatsen kost veel geld of verloren energie. Daarbij komt dat voor een waterstoffabriek groene elektriciteit nodig is, dus zonne-energie of wind van zee. De IJmond is uitermate geschikt vanwege de windmolens op zee, waarvoor het bedrijf het staal kan leveren.

- Aansturing.

Het zal enige tijd duren voor dit alles gerealiseerd is. En de kosten gaan voor de onzekere baat uit. Het is dus vrijwel onmogelijk om één en ander onder de huidige commerciële verhoudingen te doen. Dit is de reden dat Tata een vertragingstactiek hanteert en eigenlijk helemaal niet bereid is dit allemaal uit te voeren. Gezien de huidige politieke verhoudingen, is de overheid niet zo geschikt De reden: De overheid heeft onvoldoende interne structuur (de holle staat) om zo’n nationalisatie te begeleiden. Daarbij komt dat de huidige regering een redelijk neoliberale signatuur heeft. Wellicht is er een alternatief mogelijk, (e510-3).

Foto beeld ijzergieter

Conclusie: de recente discussie kenmerkt zich als een onsamenhangend geheel: juridisch, emissie, bewerken Tata, nationaliseren, subsidiëren door de overheid. Een aanpak die de problemen vergroot, valse illusies wekt en nogal demagogisch functioneert. We worden op een volstrekt verkeerd been gezet, wanneer geen samenhangend programma wordt geboden. Een brede maatschappelijke discussie, georganiseerd door de vakbeweging, is hard nodig.