nr. 106
maart 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Recht en Arbeid - doolhof der apparaten

Eerst de euro, dan meneer Hadas

Het was december 2001 en van meneer Hadas was de arbeidsovereenkomst beëindigd. Als werkloosheid niet verwijtbaar is, dan bestaat er nog een uitkeringsrecht. Hadas toog naar CADANS, de instantie die over de WW gaat. Maar er was een complicatie. Hij was ook nog arbeidongeschikt geraakt. Om het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering te kunnen vaststellen, moest een verzekeringsarts Hadas zien. CADANS bereidde zich voor op de invoering van de euro en pas op 18 januari 2002 was een afspraak met een arts mogelijk. Toen stapte hij bij mij binnen.

Ik waagde er nog een telefoontje aan, maar dicht is dicht, euro is euro, en het verhaal is zo verbijsterend dat deze advocaat niets kon bedenken. Daarop spoedde Hadas zich met een uitlegbrief van mij naar het Centrum Werk en Inkomen (CWI) voor een bijstandsuitkering. Zo'n vreemdeling met een gezin moet toch de kerstdagen door, was de gedachte. Want als er geen loon is, als er geen werknemersverzekering is, dan is er altijd nog het vangnet van de bijstand. Had je gedacht! Hadas, een 'erkende' politiek vluchteling die al wat had meegemaakt, stond weer snel met een briefje buiten; een gespreksbevestiging (14 december), waarin stond: "Betr. is geh. man woont samen met partner + 2 kinderen. Betr. vraagt op advies advocaat v.s. bij GSD. Op dit moment niet mogelijk. Betr. dient bij Cadans V.S. te vragen indien afwijzing schriftelijk dan binnen vijf werkdagen terugkomen."*)

CADANS

Zo word je dus van het ene gesloten loket naar het andere gestuurd. Dat is juridisch niet te doorbreken, omdat in het bestuursrecht slechts sprake is van een beslissing als deze op papier staat. Toen Hadas terugkwam, ontplofte ik zowat. Omdat recht ook gemaakt moet worden en het niet alleen om regels gaat, stelde zich de vraag 'wat te doen' en dan maar zien waar we eindigen. Ik vond dat het proza van het CWI loket opgevat moest worden als een schriftelijke weigering op een aanvraag te beslissen. Dan was er wel sprake van een beslissing waartegen bezwaar gemaakt kon worden en een kort geding gestart (officieel: een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening). Het duurde even voor er zittingsruimte beschikbaar was, het werd 24 januari 2002. Op het ingediende bezwaarschrift hadden Burgemeester en Wethouders van de gemeente op dat moment al beslist:

"Burgemeester en wethouders hebben vastgesteld dat u op 14 december 2001 het Centrum voor Werk en Inkomen (Cwi) aan de Surinameweg heeft bezocht en u heeft daar een gesprek gehad met een van de medewerkers. Van dit gesprek is een verslag gemaakt in een 'gespreksbevestigingsformulier' en daaruit blijkt dat aan u advies of voorlichting is gegeven om u te melden bij het Centrum voor Werk en Inkomen aan de Jansweg - met een schriftelijke weigering van CADANS om een voorschot te verstrekken op een eventuele ziektewetuitkering."

Burgemeester en Wethouders

Nu was het probleem juist dat CADANS vanwege de euro de loketten had gesloten. Dus kon een schriftelijke weigering niet worden geproduceerd. De gemeente vervolgde:

"U heeft geen stukken overgelegd op grond waarvan een aanvraag om een bijstandsuitkering zou kunnen worden ingenomen c.q. een voorschot zou kunnen worden betaald. Gelet op het bovenstaande zijn burgemeester en wethouders van mening dat er geen sprake is van een aanvraag om een bijstandsuitkering en al helemaal niet van een voor bezwaar vatbare beslissing."

Op 24 januari is het kort geding bij wat de 'voorzieningenrechter' heet. Het verweer van Burgemeester en Wethouders: "De dienst kan natuurlijk niet klakkeloos uitkeringen verstrekken als meneer met een briefje van de advocaat langs komt." De voorzieningenrechter hoort ook het betoog van de verzoeker, althans van mij, en stuurt de partijen de gang op om even na te denken. Een kwartier later zijn we terug en de rechter concludeert "dat er wel degelijk sprake was van een aanvraag om een bijstandsuitkering en een voor bezwaar vatbare beslissing. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het door verzoeker in dit geding overgelegde gespreksbevestigingsformulier van 14 december 2001, gezien de onmiskenbare bedoeling van verzoeker om een aanvraag te doen om (een voorschot op) een uitkering ingevolge de Abw te doen en de niet voor tweeërlei uitleg vatbare bewoordingen in dit formulier, niet anders valt op te vatten als een schriftelijke weigering om een besluit te nemen".

Voor de praktijk is deze beslissing van de rechter erg belangrijk. Mensen de toegang tot het sociaal zekerheidssysteem weigeren door ze met een gespreksbevestigingsformulier weg te sturen in plaats van het aanvraagformulier mee te geven, gaat niet altijd op. En hoe is het met meneer Hadas? Hij kon het nauwelijks volgen. Zijn kerstdagen waren vorig jaar wel erg armoedig. Ondertussen is hij zijn huis ontvlucht. De ook naar Nederland gekomen echtgenote en twee kinderen, willen weer terug naar eigen land. Zij hadden zich van de hereniging wat anders voorgesteld. Hadas kan echter niet terug.

Pim Fischer

*)v.s. = voorschot op uitkering Sociale Dienst
V.S. = Voorschot vooruitlopend op definitieve toekenning
Betr. = Betrokkene, de 'aanvrager'
GSD = Gemeentelijke Sociale Dienst

Zie ook: Persbericht Solidariteit, juli 2003