nr. 107
juni 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Recht en arbeid - Fraudebestrijding

Meneer Mohamed belazert de boel

Echt gelukkig is de heer Mohamed niet in Nederland. Na twintig jaren hard werken, voelt hij zich ziek. Hij is arbeidsongeschikt. De sociale dienst denkt daar heel anders over. Als hij wat beter zijn best zou doen, is er heus nog wel werk voor hem, zegt de sociale dienst. Meneer Mohamed vindt het met zijn vijftig jaren wel genoeg en wil en kan niet meer. Op is op. Eens per jaar gaat hij op vakantie naar zijn eigen land. Dat is een fijne tijd.

Maar in de vakantie van vorig jaar ging het goed fout. Van tevoren meldde hij op het daartoe van overheidswege 'bevoegdelijk' afgegeven formulier op 6 april 2001 te vertrekken en terug te keren op 19 april 2001. En toen werd meneer Mohamed ziek in Marokko. Op 22 mei 2001 kwam hij pas terug. Zekerheidshalve had hij artsen in Marokko verklaringen laten opstellen. Hij arriveert in Nederland met niet één maar wel vijf verklaringen van verschillende artsen.

Boetegesprek

Bij terugkeer controleert de oplettende ambtenaar van de sociale dienst het paspoort van de heer Mohamed. En de waakzaamheid zelve geeft hij 'de fraude' onmiddellijk door aan de afdeling Fraudebestrijding. Op 27 september 2001 wordt een fraudemelding gemaakt op het daartoe bestemde formulier:

"Betr. heeft via een vakantieverklaring aangegeven van 6-4-2001 t/m 19-4-2001 met vakantie te gaan. Uit stempels in zijn paspoort blijkt dat hij van 7-4-2001 t/m 22-5 2001 op vakantie is geweest. Betrokkene heeft dus teveel uitkering ontvangen en onjuiste info verstrekt."

Op 27 november maakt de afdeling Fraudebestrijding een rapport op. Daarna, op 6 december 2001 volgt een zogenaamd boetegesprek. Daarvan wordt door de medewerker Bijzondere Controle op 14 januari 2002 gerapporteerd. De afdeling Bestandsbeheer 2 krijgt het verzoek een vordering op te stellen. De "rapportage inzake boeteonderzoek" gaat met het verslag van de afdeling Bestandsbeheer 2 naar het Bureau D&F (Debiteurenbeheer en Fraudebestrijding). Dit bureau schrijft namens de gemeente op 22 januari 2002 een brief.

Meneer Mohamed krijgt om te beginnen te horen dat hij langer is weggeweest dan de toegestane 28 dagen. Om precies te zijn 18 dagen en dus dient meneer Mohamed 17/30ste van zijn uitkering terug te betalen. Dat deel heeft hij ten onrechte ontvangen en zal op de bijstandsuitkering worden gekort. Heel erg is ook dat meneer Mohamed op 7 april 2001 is vertrokken en niet op 6 april 2001. In het besluit oplegging boete:

"U hebt geen opgave gedaan van de gewijzigde vertrekdatum op 7 april 2001. Met dit verzuim hebt u niet voldaan aan de inlichtingenverplichting als bedoeld in artikel 65 van de Algemene Bijstandswet. Wij hebben besloten u een boete op te leggen van 88 Euro omdat u geen juiste informatie hebt verstrekt."

Het tij zit tegen

Tegen het besluit tot oplegging van een boete kan bezwaar gemaakt worden. Dat wil zeggen dat aan het bestuursorgaan dat de beslissing heeft genomen, gevraagd kan worden nog eens naar de eigen beslissing te willen kijken, te heroverwegen. Ook in zo'n procedure kan een advocaat in de arm genomen worden. Meneer Mohamed zocht en vond een advocaat. Voor mensen met niet zoveel inkomen worden de kosten van de advocaat door de staat betaald. De Raad voor rechtsbijstand weigerde echter de zogenaamde toevoeging te verstrekken, dat wil zeggen dat de advocaat voor zijn werk geen vergoeding ontvangt. Aan de rechtshulpverlener schrijft de Raad voor rechtsbijstand op 20 februari 2002:

"Het op geld waardeerbare belang in kwestie blijft beneden een bedrag van 180 Euro. Voorts is het bureau niets gebleken van een voldoende zwaarwegend ander en niet direct op geld waardeerbaar belang dat toevoeging rechtvaardigt."

De uitkomst van de bezwaarprocedure is nog niet bekend. De rechtshulpverlener gaat, ook zonder toevoeging, bijna tegen beter weten in proberen de bezwaarcommissie voor te houden dat het niet gekker moet worden. Hij zal zijn best doen de ambtenaren, gevangen in hun systeem, te vertellen dat ze een enkel moment buiten het speelveld moeten treden. Naar zichzelf moeten kijken, tot de conclusie moeten komen dat dit geen fraude is en besluiten geen boete op te leggen. Maar de kans dat het de rechtshulpverlener lukt deze gedachte in de hoofden van de leden van de bezwaarcommissie te prenten, is te verwaarlozen. Niet alleen vraagt hij dan teveel van de gevangenen van het systeem, hij heeft ook nog eens het tij tegen. Begrip voor de heer Mohamed wiens leven tegen heeft gezeten, is er niet. Vergeten is hoe het komt dat deze 'gastarbeider' op is. Dat heet nu: Nederland is vol en het moet maar eens over zijn met dat profiteren, liegen en bedriegen. Pak de fraudeurs!

Pim Fischer

Zie ook: Persbericht Solidariteit, juli 2003