nr. 113
jun 2003

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Recht en arbeid - bureaucratische anonimiteit

De trauma's van de heer Sanaff

De heer Sanaff heeft de Libanese nationaliteit en woont in Nederland met vier kinderen in de leeftijd van één tot tien jaar. Zijn echtgenote is kort geleden over gekomen. Hij is een politiek vluchteling en heeft ook die juridische status. Twee volwassenen en vier kinderen leven van een bijstandsuitkering "ingaande 1 juli 2002 ten bedrage van 1.114,19 Euro per maand".

Het gaat niet goed met de heer Sanaff. "De aanvankelijke indicatie om middels EMDR [vorm van psychotherapie] zijn angst en spanningsklachten te reduceren, bleek, gezien de taalproblemen niet haalbaar", schrijft de behandelend psychiater aan de huisarts. En omdat praten niet gaat vanwege taalproblemen, wordt medicatie voorgeschreven. "Daarbij kan ik u melden dat de genoemde posttraumatische stress van dhr S. naar aanleiding van in Libanon opgelopen trauma's recent door ontwikkelingen in Irak is geactualiseerd. De heer S. lijkt zich hier tegen te beschermen door zich te isoleren."

Met het gezin gaat het ook niet goed. De verpleegkundige van het psychiatrisch ziekenhuis: "Er zijn huisvestings- en opvoedingsproblemen in een geïsoleerd getraumatiseerd gezin met acculturatieproblemen. De politie is al zes (!) keer langs geweest, wat opnieuw veel angst en spanning actualiseert."

Beëindigingbeschikking

Op 25 maart 2003 worden de heer Sanaff en zijn echtgenote uitgenodigd voor een gesprek op 10 april 2003 om 11.00 uur op de afdeling Sociale Zaken van de gemeente. Deze afspraak missen zij echter. Op 10 april 2003 verstuurt de gemeente een brief met de mededeling: "U ontvangt van ons een uitkering op grond van de algemene bijstandswet. Vanaf 10 april 2003 schorten wij uw recht op een uitkering op (artikel 69, lid 1 Abw). Dit betekent dat u geen recht op een uitkering heeft, omdat u zonder bericht van verhindering niet bent verschenen op de afspraak van donderdag 10 april 2003 om 11.00 uur. Wij stellen u in de gelegenheid dit verzuim te herstellen. Wij nodigen u uit voor een gesprek voor dinsdag 15 april 2003, om 11.00 uur." Op 17 april 2003 stuurt de gemeente een brief aan de heer Sanaff, die nauwelijks Nederlands spreekt en een beetje Nederlands kan lezen, en zijn echtgenote, die analfabeet is: "Wij hebben besloten het recht op een uitkering ingaande 1 april 2003 in te trekken. Omdat u zonder afbericht niet bent verschenen op de afspraak."

Omdat de heer Sanaff eind april geen geld heeft ontvangen op zijn rekening, meldt hij zich met een aantal geopende en een aantal ongeopende enveloppen bij een advocaat. In de stapel vindt deze de brief waartegen bezwaar gemaakt moet worden. De advocaat maakt bezwaar tegen de beëindigingbeslissing. Op de afdeling Bezwaar en Beroep wordt vervolgens nog eens over de gang van zaken nagedacht. In het opgemaakte rapport over de bezwaren merkt de dienstdoende ambtenaar op: "Op 17 april 2003 is een beëindigingbeschikking verzonden met een einddatum van 1 april 2003, de uitkering is beëindigd omdat cliënt op twee oproepen zonder afbericht niet kwam. Na indiening van het bezwaar van cliënt tegen deze beschikking is (...) besloten de einddatum te verzetten naar 10 april 2003 (de opschortingsdatum). De periode 1 april 2003 tot en met 9 april 2003 kan nabetaald worden."

Na deze bureaucratische aanpassing klopt het weer. Niemand twijfelt overigens aan het uitkeringsrecht. Maar de beëindiging van de uitkering wordt wel gehandhaafd.

Einde inburgering

Als het zo niet kan, dan maar met een nieuwe aanvraag. De advocaat stuurt de heer Sanaff met een brief naar de gemeente. Daarin staat dat zijn cliënt een nieuwe aanvraag wil doen. Met een handgeschreven vierregelig briefje wordt de heer Sanaff de deur uit gestuurd. Hij gaat weer naar zijn advocaat. Deze geeft zijn cliënt een kop koffie, maakt daarop bezwaar tegen de "schriftelijke weigering op aanvraag te beslissen" en vraagt meteen de President van de Rechtbank een "voorlopige voorziening" te treffen. In kort geding eist de advocaat dat de aanvraag in behandeling wordt genomen en dat tijdens de aanvraagprocedure voorschotten worden verstrekt. Het gezin zit al enige tijd zonder geld en kent ook niet iemand die bijspringt, laat staan dat er nog ergens reserves zouden bestaan. Nog voor de zitting plaatsvindt, bindt de gemeente een beetje in en wil in het kader van de nieuwe aanvraag voorschotten verstrekken. De dreiging van een kort geding bleek voldoende.

De psychiater van de heer Sanaff in een brief van 9 mei 2003 aan de advocaat: "Cliënt begint een inburgeringcursus, waar hij helaas afhaakt tengevolge van toegenomen spanning omtrent uitkering." De psychiater maakt zich ongerust en merkt op dat de heer Sanaff "nergens meer wat mee te maken wil hebben".

Pim Fischer

Zie ook: Persbericht Solidariteit, juli 2003