|
nr. 108 juli 2002 |
Solidariteit
Strijd om recht en werk in de Amsterdamse havenOnverbloemde politieke rechtspraak"Doorgaan tot het gaatje" was, is en blijft het motto van de 25 bij de Amsterdamse havenpool ontslagen arbeiders. Toch is dat eenvoudiger gezegd dan gedaan. Ze zijn inmiddels drie jaar bezig, ongeveer de helft heeft nieuw werk, soms in de haven, enkelen zouden met vervroegd pensioen zijn geweest, sommigen zijn volledig afgekeurd en een collega van de oorspronkelijke groep van 26 heeft een einde aan zijn leven gemaakt. Maar daarmee is de taaiheid van het gevecht nog niet verklaard. Op twee fronten stuiten ze op harde tegenstanders. De één wordt geacht boven de partijen te staan, de ander aan hun kant.De kantonrechter deed half juni jongstleden een uitspraak die een schoolvoorbeeld is van onverbloemde politieke rechtspraak. Zou je er slechts van lezen of horen, word je bevestigd in de twijfels aan de neutraliteit van het recht; raakt het je persoonlijk word je tot wanhoop gedreven. De werkgever die al lang van de pool af zou willen, maar daarin niet slaagt, heeft van de loonadministratie een volstrekte puinhoop gemaakt. En wie het vergeten is, die werkgever is een door FNV Bondgenoten aangestelde bondsbestuurder. Louche koppelbaasEerst die loonchaos. In september 1999 won één van 'de 25' al een rechtszaak over de gebrekkige informatievoorziening aan het GAK, waardoor een uitkering wegens werkloosheid en ziekte uitbleef. Een half jaar later gaf de advocaat van SPAN/SPANO, R. van der Stege, toe dat "niet alles zo verlopen is zoals dit had gemoeten" en dat op "de kortst mogelijke termijn" correcties zullen plaatsvinden. Het ging om eindafrekeningen, waarin het vakantiegeld, de niet opgenomen vakantiedagen, het overwerk en de toeslagen niet of onjuist verwerkt waren. Stukken vlogen heen en weer. Van der Stege vond dat zijn toezegging reden was deze kwestie uit de procedure te lichten, 'de 25' stelden zich op het standpunt 'eerst zien, dan geloven'. Ze hadden gelijk. Op de zitting in november 2000 werd nog geen cent geboden. Weer een half jaar later, mei 2001, sprak de kantonrechter onder andere over de eindafrekeningen een tussenvonnis uit dat 'de 25' de mogelijkheid bood per persoon aan te geven wat SPAN schuldig was. Inclusief onduidelijkheden over ingehouden pensioenpremies kwamen zij tot bedragen die liepen van twee- tot zevenduizend gulden. Nu was Van der Stege aan zet. Een dag voor de allerlaatste uitstelmogelijkheid (25 februari 2002) meldde hij in een telefoontje dat er niet uit te komen was. De beschikbare gegevens klopten van geen kant, moest hij bekennen. Het leek hem het beste een afspraak buiten de gerechtelijke procedure te maken om tot een schikking te komen. Die afspraak vond eind maart 2002 plaats. Gegevens werden uitgewisseld en toegelicht. Na een paar maanden ging opnieuw de telefoon. De werkgever en de advocaat hadden gerekend en nog eens gerekend, staten doorgelopen enzovoort. Ze konden er geen chocolade van maken. Dit schaamteloze gedoe bracht 'de 25' ertoe deze kwestie weer bij de rechter neer te leggen. Conclusie: Dat de loonadministratie een janboel blijkt, is onverteerbaar. Dat juist deze werkgever zich gedraagt als een louche koppelbaas, is een blamage. Dat het opnieuw een zaak moet worden, is een vakbond onwaardig. Loflied arbeidsrustEn dan de politieke rechtspraak (zie ook "Kantonrechter beloont ordehandhavers" in dit nummer en de tekst van het vonnis ). Na het afwijzende vonnis over het ontslag en los van het beroep dat daartegen loopt, is onder meer een aparte procedure gestart over de verhouding tussen SPAN en SPANO. De eerste ontslaat een deel van het personeel, de tweede neemt het andere deel in dienst. En als dat eigenlijk één onderneming is, mag dat niet. Dat de betreffende kantonrechter dit standpunt niet deelt, is heel vervelend en ook onbegrijpelijk, want de twee ondernemingen waren in bijna alle opzichten identiek. Bijzonder is echter zijn toelichting, die als volgt samengevat kan worden. De betrokken instanties - zoals de gemeente Amsterdam, Arbeidsvoorziening, havenondernemers en vakbonden - hebben prima werk geleverd door in een sociaal zeer brandbare situatie een akkoord te sluiten dat zowel tot arbeidsrust leidde als de goedkeuring kreeg van de betreffende arbeiders. Ze verdienen lof, omdat deze sociale rust positieve effecten sorteert naar de cruciale Rotterdamse haven en de sociale verhoudingen in Nederland. Het lijkt te slaan op een acute opstand, terwijl het akkoord in november 1997 gesloten werd! Behalve dat de kantonrechter zich onvoorwaardelijk politiek bekent tot de heersende burgerlijke orde, negeert hij minstens twee wezenlijke feiten. 1. Het zogenaamde hoofdlijnenakkoord sluit ontslagen uit en garandeert iedere arbeider van de toenmalige Arbeidspool een baan binnen of buiten de haven; zou dat niet lukken, heeft doorstroming naar de nieuwe pool plaats. 2. De instemming met het akkoord door de bondsleden geschiedde in een referendum, waarover tot op de dag van vandaag serieuze aanwijzingen bestaan dat de uitslag op een incorrecte wijze tot stand is gekomen. Tijdens de vergadering waarover de kantonrechter sprak, stemde de meerderheid van het personeel tegen. Degenen van wie bekend is dat zij voor het akkoord stemden, deden dat omdat er geen gedwongen ontslagen zouden plaatsvinden. In de vergadering van 21 juni 2002 hebben 'de 25' bevestigd tot het allerlaatste moment door te vechten. Hans Boot |